De Discriminatie
Het Europese Gerechtshof voor Mensenrechten bepaalde dat er discriminatie bestaat wanneer situaties “ objectief vergelijkbaar” behandeld worden “op een verschillende manier zonder redelijke en objectieve redenen ”
Daaruit volgt dat een discriminatie eveneens gecreëerd wordt wanneer twee begrippen “objectief niet vergelijkbaar” op gelijke wijze behandeld worden, zonder dat een verbinding kan aangetoond worden dat deze laatste kan rechtvaardigen.
Toegepast op de voortplanting:
Het is overduidelijk dat de homoseksualiteit en de heteroseksualiteit aan twee verschillende statuten beantwoorden die niet op gelijke voet kunnen vergeleken worden. Dit verschil dwingt ons vanzelfsprekend te aanvaarden dat een homoseksueel koppel, op zichzelf en op een natuurlijke wijze, de voortplanting van het menselijk geslacht niet kan verwezenlijken.
Deze discriminatie uit zich door een verbod aan het wetenschappelijk gecreëerd kind, enerzijds zijn vader en afkomst te kennen, en anderzijds niet het verlangen en de vrucht te zijn van een intieme omhelzing van een man en een vrouw.
Naar aanleiding hiervan zijn de psychiaters unaniem om te verklaren dat de meest “geslaagde” opvoeding voor een kind bestaat uit een papa en een mama te hebben, die de meest stabiele en affectieve cel vertegenwoordigen.
Het kind als een object beschouwd, riskeert, vroeg of laat zich te wreken.
Hoe kan men dientengevolge onze positieve wetten begrijpen die, met behulp van de wetenschap, zich tegen de menselijke natuur opstellen en discriminaties creëren?
Het is zeker niet dat met dergelijke wetten een leugen een waarheid wordt.
