Recht op Immigratie
In tegenstelling tot het recht op leven, is dit recht niet absoluut.
Indien de aard en de omvang van de immigratie een gevaar betekent voor de veiligheid of voor de cultuur in het algemeen, moet het politieke apparaat, dat de taak heeft het Algemeen Goed te beheren, de aangepaste maatregelen nemen, zoniet wordt het algemene welzijn verarmd en zal de immigratie er een obstakel voor worden.
In de mate van het mogelijke is het gastland gehouden de vreemdeling te aanvaarden die in eigen land problemen heeft om zijn veiligheid te verzekeren of tekort heeft aan vitale bestaansmiddelen.
De politieke autoriteiten kunnen, met het oog op het Algemeen Goed, waarvoor ze verantwoordelijk zijn, het recht op immigratie onderwerpen aan bepaalde juridische condities, ondermeer de plichten van de immigrant tegenover het gastland.
Met het oog op de integratie als uiteindelijke doel, zal men de immigrant inlichten dat hij het materiële en spirituele patrimonium van het gastland moet respecteren, wat inhoudt dat hij de taal van het gastland moet spreken, haar wetten gehoorzamen en belastingen betalen zoals alle andere medeburgers.
Het is pas wanneer deze voorwaarden vervuld zijn dat men kan spreken van integratie.
