Culturele Soevereiniteit.
Het staatsbestuur vindt zijn grondvesten in een opgelegde en algemeen aanvaarde
wetgeving steunend op het naleven van de waarden opgenomen in de “Universele
Verklaring van de Mensenrechten” verkondigd door de Algemene Vergadering van de
Verenigde Naties in 1948
Zonder culturele samenhang is er geen politieke coherentie mogelijk.
