(8/55) Voorzeker, in de ogen van Allah zijn zij, die (de waarheid) verwerpen erger dan beesten want zij willen niet geloven
4/144) O, gij die gelooft, neemt geen ongelovigen tot vrienden boven de gelovigen. Wilt gij Allah een duidelijk bewijs tegen uzelf geven?
(5/51) O, gij die gelooft, neemt de Joden en de Christenen niet tot vrienden. Zij zijn elkanders vrienden.
Vertaald in onze woorden is dit een afwijzing van de integratie Het is dus een duidelijke positieve discriminatie die lijdt tot gettovorming.
Men stelt bovendien vast dat er in geen enkel land op aarde een integratie van moslims heeft plaatsgevonden. Het omgekeerde heeft wel plaatsgevonden.
