Plots stellen we vast dat de Islam voor onze deur staat.
De vaststelling dat de andere anders is, komt in ons op door het zien van uiterlijke elementen en gebeurtenissen die ons overweldigen, door een gettovorming en een nooit geziene uitbarsting van geweld, fenomenen die overal in de wereld sterker worden, en die aan elke controle schijnen te ontsnappen en ons dus angst inboezemen.
Laten we ons dus inspannen om “de andere” te begrijpen om dit probleem duidelijker te kunnen omschrijven.
Enerzijds worden we gerustgesteld door onze politici en kerkelijke leiders die ons vertellen dat de Islam een godsdienst is van vrede en verdraagzaamheid; dat de aanslagen het werk zijn van extremisten en fundamentalisten, van integristen; dat er in de Koran van geen geweld sprake is enz…
Anderzijds hebben we op de televisie de massa’s in de straten gezien na de aanslagen in Manhattan.
Waar zijn dan de gematigden? Zijn het allemaal extremisten? Of tenminste sympathisanten ervan?
Hoeveel malen hebben we honderden kandidaat-kamikazes gezien tijdens de betogingen van de Hamas, die gezworen heeft alle Israëliërs in de zee te willen drijven.
Sinds eeuwen zien we de broedermoorden tussen islamieten van verschillende strekking. We stellen vast dat, overal waar christenen en moslims samenwonen, de eerstgenoemden soms geduld worden als “dhimmis” ( onderworpenen),
.
Nergens ter wereld werd een integratie van een islamvolk in een plaatselijke niet-moslimbevolking gezien.
Is het niet bijna onoverkomelijk in een islamland een religieus gebouw op te richten ten bate van een andere religie dan de islam?
Ondanks dit alles houdt men vast aan de mening dat de Islam een vredelievende en tolerante godsdienst is. Paradoksaal, toch?
Wordt deze reactie ons ingegeven door onwetendheid, door schrik, door onmacht of door andere factoren?
Laten we trachten ons beeld te verhelderen via een analyse van de basisteksten van de Islam, om het te kunnen vergelijken met de morele normen van onze christelijke- of lekencultuur die sinds 2000 jaar onze beschaving, ons gemeenschappelijk welzijn, heeft bepaald.
We willen niet in de vergissingen hervallen van Chamberlain en Daladier bij het Verdrag van Munchen en van die uit « Mein Kampf » van hem die we niet moeten vernoemen.
Zelfs indien er in onze twee culturen onbetwistbaar gemeenschappelijke punten zijn meer bepaald in de waardering van ethische problemen en in de bestrijding van het materialisme, zijn er ook fundamentele verschillen die men van beide zijden dient te onderkennen. Deze analyse is niet volledig en wil zeker geen waardeoordeel vellen.
Belangrijk : De bemerkingen die hierna volgen richten zich op de basis van de Islam die aan de grondslag ligt van de verschillende schisma’s die in de afgelopen 15 eeuwen het licht zagen. Elk van deze sekten? aanhorigheden? geloven? spreken namens de Islam; en dat stelt natuurlijk een probleem.
