Recherchez ...

   
 
De Hoogste Referenties

1. De notie "God"
De God van de Christenen is een God van de Liefde, eeuwig, almachtig, schepper van hemel en aarde. Hij is geïncarneerd door Zijn openbaring, door Zijn woord, Hij heeft de mensen toegelaten Hem te kennen. Wanneer een Christen tot God bidt, kent hij Hem, weet hij dat hij zich richt tot een Wezen dat heel erg veel van hem houdt, en richt hij zich tot Hem zoals hij zich tot een persoon richt.  

De God van de Moslim is een eeuwige God, almachtig, schepper van het universum, abstract en onkenbaar. Het is het principe dat zichzelf bedenkt en dat zijn denken oplegt aan zijn schepsel. Het is een soort monopsychisme. Ieder wezen heeft een ziel die deel uitmaakt van de centrale en universele ziel. Wanneer de moslim denkt is het in wezen God die denkt door hem.
De moslim heeft aldus een gedeelte van zijn gewetensvrijheid en verantwoordelijkheidszin prijsgegeven. Indien hij trouw wil zijn aan zijn geloof moet alles wat hij doet, al zijn handelingen in het dagelijkse leven conform zijn aan de voorschriften vastgelegd in een wet.
Dit is het doel van de Sjaria die sanctioneert wat er in de Koran en in de hadiths van de Soenna bepaald is.  

Hierdoor is de verhouding van de mens tot God totaal verschillend. Aan de Christen werd een algemene Wet gegeven met de liefde als referentie, maar hij behoudt zijn geweten en zijn vrijheid van handelen, maar is volledige verantwoordelijk voor zijn daden. De Moslim echter voert de wil van Go duit en is volledig aan Hem onderworpen.

Hieruit volgt dat, hoewel moslims en christenen kinderen zijn van dezelfde God, ze zich respectievelijk wenden tot een God die fundamenteel verschillend is.

2. God is Barmhartig Met uitzondering van vers 9, begint elk andere met de tekst: In naam van God: die vergeving schenkt, de Barmhartige.

Men zou hieruit kunnen aflijden dat God altijd vergeving schenkt. Dan vergeet men echter vers 27/54 dat preciseert: God zal vergeving schenken als hij het wil: of U straffen als hij het wil.

Het gevolg hiervan is belangrijk, inderdaad, als de christen zijn fouten betreurt en vergiffenis vraagt, dan zal hij verlost worden van deze last; een moslim, echter zal nooit weten of God hem vergeving schenkt. Dit plaatst hem in een permanente toestand van onzekerheid en vergroot zijn gevoel van onderwerping. Het zet hem aan blindelings te gehoorzamen aan de heersende autoriteit.

(3/19) De godsdienst, in de ogen van de Moslim God, is echt de onderwerping.

3.  Mohammed de Profeet

Geboren rond 570, uit de Qoeraysj stam, is Mohammed vroeg wees geworden, geadopteerd door zijn grootvader en bij diens overlijden door zijn oom Aboe Talib. Hij verblijft een tijdje in de woestijn bij de Nestorianen-monniken (die later ketters werden want ze weigereden de Godheid van Jezus te erkennen). Hij treedt in dienst van een rijke weduwe, Khadija. Hij houdt zich bezig met de karavanen en wordt haar man. Hij ontvangt zijn eerste openbaringen rond 619. Vanaf dat ogenblik kan zijn activiteit als “Profeet” in twee perioden worden gesplitst.

De eerste in Mekka, een handelscentrum op de kruising van 2 karavaanwegen waar Mohammed zich inspant om het monotheïsme, de gerechtigheid en de moraal te prediken. Zijn preken worden zeer slecht onthaald in dit oord van verderf en veelgodendom rond de Kaäba. Met zijn volgelingen moet hij vluchten naar Yathrib, nu Medina geworden.

In Medina begint het tweede gedeelte van zijn activiteiten. Hij ontwikkelt zich als politicus, militair, en wrede veroveraar. Eerder dan geduldig de goede boodschap te prediken met zijn volgelingen, gaat hij gewapenderhand optreden tegen joden en christenen die zich moeten bekeren tot de Islam ofwel verplicht worden hun leven af te kopen met een losgeld.

Ze vallen ook karavanen aan, roven hun bezittingen en beginnen beetje bij beetje een groot territorium en een comfortabel fortuin te veroveren.

In 732, keert hij terug om Mekka te veroveren dat zich zonder slag of stoot overgeeft vanwege zijn enorme militaire overmacht. Korte tijd daarna sterft hij.