Recherchez ...

   
 
Wij bestaan, wie is daarvoor verantwoordelijk?

God? De Materie? of "ik weet het niet"?

Sommigen houden vast aan het principe dat de materie eeuwig is en dat de evolutie haar bron gevonden heeft in de materie. Indien dit het geval ware, hoe kan men dan het ontstaan van het leven, van het denkvermogen, verklaren? Hoe kan de intelligente evolutie van het heelal verklaard worden? Hoe kan men verklaren dat, sinds het bestaan van de mens, er geen wezens bestaan die noch materie noch mens zijn? Waarom zou de evolutie plots opgehouden hebben te bestaan? Dit alles uit louter toeval? En indien het toeval slechts de onwetendheid betekende van de oorzaak? Wij kunnen deze optie niet aanvaarden.

Onze keuze: schepping ex-nihilo, is ons ingegeven door een grondstelling die zegt dat geloof en rede zich niet mogen tegenspreken: in andere woorden; er kan geen dubbele waarheid bestaan. Verenigbaarheid tussen wetenschap en geloof is een eis.

Even verklaren: Alvorens men kan evolueren moet men bestaan, men moet “zijn”. De schepping is dus “eerst” dit betekent: iets doen ontstaan vanuit het niets. Geen enkel menselijk wezen is daartoe in staat. Enkel een “bovenmenselijk” Wezen kan dit verwezenlijken. Wij noemen hem “God”, de vrijmetselaars noemen hem “De grote Architect” en zelfs voorouders hadden het natuurlijke voorgevoel dat er een “geest” een “kracht” een “bovenmenselijk wezen” moest bestaan dat het heelal bestuurde.

Het idee van een ex-nihilo schepping is, in principe, niet in contradictie met een mogelijke latere evolutie. Deze evolutie zou conceptueel beschouwd kunnen worden als intelligent of in wanorde. Maar indien een evolutie heeft plaats gevonden, dan moeten wij vaststellen dat deze in realiteit intelligent en ordelijk is. Hebben wij dan niet te maken met een verlengde schepping in de tijd en de ruimte?

Een spontane intelligente evolutie, zoals wij ze waarnemen, zou integendeel niet mogelijk zijn omdat een dergelijke evolutie in conflict is met de tweede wet van thermodynamica, het entropieprincipe. Dit is een thermodynamische eenheid die de capaciteit meet van een systeem om energie te leveren, moleculaire wanorde enz. Dit tweede principe voorziet een onvermijdelijke degradatie van de energie in een gesloten systeem, zoals het universum.

In “ Le hasard et la nécessité” (Points Seuil, p.242) schrijft Monod ”ieder fenomeen, welk het ook moge wezen, gaat noodzakelijkerwijze gepaard met een verhoging van de entropie binnen het systeem waar het plaats vindt” Vandaar een onomkeerbaar proces van degeneratie.

De ontdekking van de neguentropie, een organisatorische factor die zich verzet tegen de natuurlijke tendens van degradatie, zou een bepaalde correctieve invloed kunnen uitoefenen op de evolutie. Men moet nochtans vaststellen dat deze invloed zich slechts kan uiten in een open systeem en begrenst is in de tijd en de ruimte.

Het universum is een gesloten systeem omdat niets er zich tegen verzet. Mag men dan besluiten dat in het gedeelte van het universum dat waarneembaar is en waar men aanneemt dat er een evolutie heeft plaats gevonden, bepaalde open gedeelten bestaan die de degradatie hebben tegengewerkt? Mogelijk.

Vermits de intelligentie en de orde die wij in de natuur vaststellen, onmogelijk, volgens de wetten van de fysica, op een natuurlijke wijze kunnen tot stand komen, moeten wij eruit afleiden dat een eerste impuls onontbeerlijk was voor het universum, om zich als dusdanig te kunnen ontwikkelen.

Zou deze onwaarneembare oneindigheid die ons overtreft ons niet moeten aansporen tot wat bescheidenheid wanneer het over dit soort van bedenkingen gaat?

Herhalen wij even onze aanklacht: Geen enkele politieke instantie heeft het recht of de bevoegdheid zich uit te drukken over de ene of de andere wetenschappelijke positie. Ieder is vrij te geloven wat hij wilt, dit is ons gegarandeerd in de “ Universele Verklaring van de Mensenrechten” en geen enkele autoriteit mag zich het recht toe-eigenen om dit te miskennen. Het niet bestrijden van iedere beperking van dit fundamentele recht, is de deur openen voor elke vorm van extremisme.