Recherchez ...

   
 
Moraal - Politiek en Democratie

De democratie is erkend als de beste structuur om het bestuur van steden te organiseren omdat ze de deelname van de burgers aan dat bestuur waarborgt. Nochtans kan ze niet functioneren tenzij ze oog heeft voor de juiste perceptie van de Mens en zijn waardigheid. Het is op deze basis dat de democratie zich in het Westen ontwikkelde. Het samenleven van verschillende culturen, gelovigen met ongelovigen was zonder fundamentele problemen mogelijk omdat ze, globaal gezien, hetzelfde concept van goed en kwaad kenden. Enkele historische figuren getuigen hierover. (Montaigne, J.J. Rousseau, Tocqueville) 

De rol van de politicus is het algemene goed te verdedigen en het zo mogelijk te verbeteren. Dat houdt in de Vrede en Rechtvaardigheid te verdedigen, wat o.a. de bescherming van personen, de juiste belastingsheffing, de herverdeling van de goederen, het inrichten van rechtvaardige menselijke relaties, enz. tot gevolg heeft. De implicatie van de politiek is dus in hoofdzaak van morele aard. Waarom willen onze politici de moraal naar de privé sfeer verbannen terwijl ze de moraal op het publieke niveau moeten toepassen? Het komt ons voor dat er een flagrante tegenspraak is tussen de rol van de politicus en de conceptie die hij ervan heeft. 

Sinds mei ’68 heeft het ethische pluralisme haar intrede gedaan, wat een breuklijn heeft doen ontstaan binnen de democratie. De antropologie van de Mens, de basis van de morele orde, werd aangevallen om plaats te ruimen voor een soort ideologie waarin de waardigheid van de mens in functie van het nut ervan voor de maatschappij, gesteld wordt. Een rechtvaardige en coherente politiek kunnen echter niet worden gerealiseerd tenzij ze gegrond zijn op morele orde. Het willen negeren of manipuleren om aan onze utilitaristische neigingen te voldoen ondermijnt de democratie. 

Zonder moraal bestaat er geen democratie. In een periode van buitengewoon geavanceerde technieken heeft men inderdaad een afname van het morele bewustzijn vastgesteld. Dit is spijtig, maar het belet niet dat er nood is aan een door de wetgeving erkende moraal. Hoe vaak hebben we onze politici niet horen beweren dat de wet moest aangepast worden om te beantwoorden aan wat zich in de maatschappij afspeelt. Wilt dit zeggen dat men niet mag ingaan tegen de gedragingen van het volk? Waartoe dient de politiek dan nog? Met andere woorden, men heeft eenvoudig de rollen omgekeerd, in de plaats van de wetten te doen respecteren past men de wetten aan, aan het menselijke gedrag. Omwille van deze zienswijze heeft men abortus, euthanasie, eugenese, manipulaties op embryo’s enz… gerechtvaardigd.

In het uiterste geval worden wetten en politiek overbodig. Wil men werkelijk de anarchie tot wet verheffen? Dit onevenwicht tussen de technische vooruitgang en de afnemende moraal heeft aanleiding gegeven tot een ernstig gevaar: zonder moreel bewustzijn wordt de macht van de mens verwoestend. Momenteel beperkt de moraal zich tot de domeinen van de ecologie, de solidariteit, de broederlijkheid. Een bepaalde interprétatie van de Mensenrechten, de gerechtigheid, de vrede enz... Maar men negeert de grondslag en de definitie ervan.

Deze grondbeginselen blijven vaag en onderhevig aan de interpretaties van de Politiek en allerhande lobbyisten. In enkele decennia heeft de intellectuele pollutie, in een arglistige taal, mensen met een zwak geweten geïnfiltreerd, verstikt en de schijnheiligheid is onhoudbaar geworden. Veiligheid en orde zijn onontbeerlijk voor onze vrijheid. Ze mag niet beperkt blijven tot technische krachttoeren, maar moet haar oorsprong vinden in het morele bewustzijn. De genadeslag voor de moraal kwam op het einde van de jaren zestig wanneer de materialistische ideologieën, zonder rationele basis, ons werd opgedrongen via het gooien met straatsenen, want het is wel degelijk op die manier dat onze vrijheid werd stukgegooid om ons de “nieuwe vrijheid” op te leggen, die achteraf bleek dodelijk te zijn. Zo werd de politieke utopie verheven boven de menselijke waardigheid.

De gedachtegang van de “Verlichting” is geleidelijk aan binnengedrongen met als gevolg dat onze samenleving niet meer in staat is zichzelf te regenereren. Zo wil men Europa opbouwen !!! 

Indien de mens geen Schepsel is van God en voor God, in een theologisch project met een door God bepaalde finaliteit, dan is de mens slechts het product van een toevallige evolutie, deel uitmakend van het lot, die tegelijkertijd de grondslag van zijn menselijke waardigheid verliest. Zo zal de mens slechts gewaardeerd worden in de mate dat hij nuttig is voor de maatschappij. We denken hierbij even na. Willen we dit echt?

NEEN, een dergelijk Europa weigeren wij.
 

“Laïciteit” is een christelijk begrip dat meer dan 2000 jaar oud is en de revolutie van 1789 leeft dit begrip zeker toegepast.

Maar door het samengaan met de gedachten van de “Verlichting”, met haar godsdiensthaat, haar antiklerikalisme, de moordpartijen op 100.000 religieuzen, de vernieling en het schenden van talloze kerken enz… is deze christelijke gedachte naar de achtergrond gebannen. Deze leerstelling ligt aan de basis van de Franse revolutie, en heeft personen zoals Napoleon, Lenin, Stalin. Hitler, Pol Pot e.a. op een “idee” gebracht, zo ondermeer een groep jonge Turken met Mustapha Kemal, die de leerstelling op zijn beurt in Turkije heeft aangewend met hetzelfde resultaat. Heeft men aan de tientallen miljoenen doden gedacht en het onvoorstelbare lijden dat deze voorstanders van het secularisme hebben veroorzaakt? Dit is de vrucht van de “Verlichting” en zelfs nu nog wordt het huidig westers denken door de “Verlichting” verduisterd.  

We moeten juist op dit ogenblik van het debat over de Europese Grondwet, onze vanzelfsprekende verantwoordelijkheid opnemen om het verwijzen naar onze christelijke geschiedenis erin te doen opnemen. Er is geen sprake van een nostalgische blik op het verleden, maar van een bewustwording van de reële gevaren die ons bedreigen. 

"Alle retrograde tijdperken in teruggang zijn subjectief, terwijl alle tijdperken in ontwikkeling hebben een objectieve tendens" (Goethe: Conversatie met Eckermann)

Zo'n Europa willen wij niet.