DURBAN II Conferentie in Genève.
Brief van een belgisch advokaten kantoor aan de Franstalige Europese parlementariërs en Afgevaardigden.
Brussel: datum van 6 tot 10 maart 2009
Hieronder een vrije Nederlandse vertaling.
"Philippe CHANSAY-WILMOTTE, advocaat bij de Brusselse balie, is vertrouwd met gevoelige dossiers, in het bijzonder: gevallen van oorlog of internationale sancties.
Zijn ondervinding in deze aard van toestanden heeft hem opmerkzaam gemaakt over de islamisatie manoevers.
Algemeen gezien, hebben de westerse juristen geen kennis over de verdragen afgesloten tussen islamietische landen onderling. Hij wel.
Philippe CHANSAY-WILMOTTE is tot nu toe de enige die het bestaan van het pakt van onverdraagzaamheid afgesloten door de ORGANISATIE VAN DE ISLAMITISCHE CONFERENTIE aan het licht gebracht heeft, daardoor de christenfobie wettigt alsmede alles wat zich niet aan de charia onderwerpt. Dit is in zekere zin de planning van een godsdienstige genocide.
(Nota verstuurd door J. Sobieski.)
Vooraanstaande intellectuelen zoals de Nobel prijs winnaars: Elie WIESEL en George CHARPAK, hebben deze islamisatie pogingen aan de kaak gesteld, waaraan de delinquenten structuren van de Verenigde Naties, onjuist "De Raad van de Rechten van de Mens" genoemd, aan meewerken. DURBAN I is werkelijk een bedrog geweest dat in de analen van de Verenigde Naties zal blijven bestaan als de verheerlijking van het antiwesters racisme en antisemitisme.
DURBAN II ( d.w.z. de Conferentie van Genève op 20-24 april 2009) schijnt nog buitensporiger te worden. Libië heeft het voorzitterschap van het voorbereidend comité en het vice-presidentschap is aan Iran toegewezen. De westerse regeringen beginnen, eindelijk te reageren, maar men moet ophouden met deze lafhartigheid en voorkomendheid.: Men moet deze Conférentie in Genève eenvoudigweg en zondermeer boykotten.
Een belgisch advokaat, Philippe CHANSAY-WILMOTTE, noteerde een feit dat allen verwaarloosd hebben: De Conferentie in Genève, geplaatst onder een islamiserings perspectief, is een oplichtings manoeuver, daar de islamitische landen onderling een onverdraagzaamheids pakt hebben afgesloten.
Een artikel, over dit onderwerp voorbereidend, heeft hij een bericht gestuurd naar talrijke Parlementariërs o.a. aan allen in Frankrijk, Zwitserland, België en Luxemburg (een engelse versie aan de andere parlementariërs) hun verzoekend welke initiatieven zij van plan zijn te nemen zodanig dat op juridisch gebied, de individuele vrijheden zouden gewaarborgd blijven ten einde dit obscurantisch offensief te smoren.
(Nota medegedeeld door J. Sobieski)
Betreft: DE INDIVIDUELE VRIJHEDEN, DE ROL VAN DE PARLEMENTARIER.
Brussel, dd van 6 tot 10 Maart 2009
Mijnheer de Afgevaardigde,
U hebt zeker kennis genomen van de inhoud van de project-slotverklaring van wat meestal Durban II conferentie genoemd wordt, maar die, preciezer, de Conferentie van Genève zal zijn van 20 tot 24 april 2009.
Ziehier een veelbetekenend extract: "Ernstig bezorgd over de gevallen van laster aan het adres van godsdiensten, die zich uit in het ophangen van een negatief beeld omtrent deze godsdiensten en hun bedienaars; over de veralgemeende en gestereotypeerde associatie van religies, in het bijzonder de islam, met geweld en terrorisme; en die als dusdanig een negatieve impact hebben op de rechten van de individuen die deze godsdienst belijden, met inbegrip van de moslimminderheden, en deze blootstellen aan haatgevoelens en discriminatie."
Deze beschikking is niet de enige van dit soort.
Profiterend van een discutabele kwalificatie, "laster aan het adres van een godsdienst", komt men ertoe de islam te bevoordelen. De realiteit van het islamitische terrorisme wordt ter verdediging aangehaald om deze godsdienst als een slachtoffer te betitelen van het diskrediet dat eruit voortvloeit.
Het voorbereidende comité van Durban II staat onder het voorzitterschap van Lybie, en het vice presidentschap van Iran.
Een ander feit dat moet aangehaald worden: sinds 2008, hebben de Europese Staten zich laten vertegenwoordigen door Turkije voor bepaalde werkzaamheden. Met andere woorden, zich gekant verklaren tegen het principe van laster aan het adres van een godsdienst, van islamitische inspiratie, hebben zij het verstandig geacht zich te laten vertegenwoordigen door een Staat die zichzelf bewust in het midden plaatst van een geheel van landen die allen de invoering van de sharia eisen.
Er bestaat een verdrag, uitgaande van de ORGANISATIE VAN DE ISLAMITISCHE CONFERENTIE dat, zich op de sharia steunende, bepaalt dat alle deelnemende Staten de sharia moeten volgen en alles verbannen wat ervan afwijkt. Dit verdrag betekent een verbond van onverdraagzaamheid (zie bijgevoegde nota: p3) omdat de doelstelling is, de moslimlanden te verenigen in deze vrijheidsbeperkende optiek. (waaronder Turkije dat eveneens lid is van de ORGANISATIE VAN DE ISLAMITISCHE CONFERENTIE)
Het is een feit dat de klachten van de ORGANISATIE VAN DE ISLAMITISCHE CONFERENTIE overgenomen zijn in de tekst van de Raad van de Mensenrechten. Ten minste twee Nobelprijs winnaars1 hebben deze dwaling die de individuele vrijheden aantast, aan de kaak gesteld.
Men moet een flinke dosis gebrek aan realisme, grote inschikkelijkheid of lafhartigheid hebben om te geloven, of het te veinzen, dat het aanbrengen van amendementen aan de tekst, voldoende is om de dynamiek te vernietigen. Deze zal nadien overgenomen worden tegenover de Staat of de burger, in naam van het antiracisme, door militante ONG netten in dit domein, zonder de islamitische Staten zelf te vergeten.
De strijd tegen het racisme is natuurlijk een lofwaardige strijd. Dit gezegd zijnde, getuigt het in deze richting verder werken, - zonder in te zien dat de aanvaarding van deze tekst, integendeel, leidt naar een onvoorstelbare verergering van het racisme; - (zie hierbij gevoegde nota:p1) niet van een hoogstaand gezond verstand.
Buiten dit pact van onverdraagzaamheid, bijzonder onbekend in zijn eigenschappen, evenals de discussie over het misdrijf "godsdienst-laster" of nog de assimilatie van iedere opinie, tegenstrijdig met de islam, die als islamofobie (en bovendien nog als racisme) beschouwd wordt, heeft voor gevolg dat er een soort intern recht ontstaat: de inversie van de penale verantwoordelijkheid.
Dit zal de grondvesten zelf van ons strafrecht volledig omvergooien.
Tot nu toe werd de verdachte veroordeeld voor een begaan misdrijf en rekening houdend met zijn persoonlijkheid.
Maar nu, indien men de teksten van de Raad van de Mensenrechten van de Verenigde Naties aanvaardt, dan zullen de Staten zich moeten oriënteren naar andere vormen van schuldregels: de schuldvraag wordt nu afhankelijk van het schadegevoel van de aanklager ( "in het bijzonder de Islam", volgens de termen van de tekst van de Raad van de Mensenrechten van de Verenigde Naties.: cfr.supra).
Het is het meest rebellerende criterium tegen de vrije meningsuiting dat het bestaan van een misdrijf zal bepalen en niet de bedoeling van diegene die zich geuit heeft.
Ik schrijf een artikel over deze afwijking betreffende de Mensenrechten, en haar juridische consequenties, met name het antiracisme. Ook zou u mij een groot genoegen doen mij in te lichten betreffende uw positie ten overstaan van deze toestand, evenals mij in te lichten over de initiatieven die u al genomen hebt of zult nemen in deze zaak. Ik ben ervan overtuigd dat in uw positie van parlementariër, u des te meer aandacht zult hebben daar de procedure zich aansluit in het perspectief van een grondige wetswijziging en dat de Conferentie in Geneve (DURBAN II) nabij is: 20-24 april 2009
Voor uw gemak voeg ik hierbij een nota over de stand van zaken in deze ten einde u een opinie te kunnen vormen, in de hypothese dat u geen kennis genomen hebt van de beschikbare elementen. Want het is waar dat in deze zaak, de informatie eerder fragmentarisch is, om niet te zeggen onvolledig .
Aanvaard, geachte heer Parlementair, de verzekering van mijn hoogachting,
Getekend: Philippe CHANSAY WILMOTTE
Voornoemd aanhangsel
REIKWIJDTE VAN DE AANSLAG OP DE INDIVIDUELE VRIJHEDEN VAN DURBAN II
Het nagestreefde objectief van de verdedigers van de slotverklaring van de Conferentie van Geneve (DURBAN II) is van nature uit wetgevend. In dat opzicht is iedere parlementariër betrokken bij deze knoeierij, al was het maar in het kader van zijn hoedanigheid om zijn Regering te interpelleren.
De Staten zijn quasi verplicht hun wetgeving aan te passen aan de inhoud van deze nieuwe teksten die onze fundamentele persoonlijke vrijheden aan banden leggen.
Zeker, de slotverklaring van een dergelijke conferentie zal geen onmiddellijk effect hebben op de interne rechtsregels, maar ze is daarom niet echt onbeduidend. In de mate dat een Staat eraan deelgenomen heeft, zal de slotverklaring van de Conferentie van Geneve hem opponeerbaar zijn.
Canada heeft de juridische verwikkelingen ingezien en heeft besloten aan deze Conferentie niet deel te nemen. Israel heeft dit eveneens gedaan en een oproep uitgevaardigd tot de Internationale gemeenschap om geen hulp meer te verlenen aan dit proces dat tot doel heeft de sharia, de facto, in te voeren in de westerse wetgevingen in te brengen.
Ook al lijkt deze doelstelling hoogst onwaarschijnlijk, bewijst de lezing van de slotverklaring dat dit toch zo is. Hoe buitensporig deze vordering ook is, is het toch de werkelijkheid. Het is bijzonder vreemd dat de staat, waar u uw mandaat uitoefent, er nog geen afstand van heeft genomen, niettegenstaande de nabijheid van deze conferentie (20 april 2009). Uw regering schijnt haar deelname te willen behouden, en zal vertegenwoordigd worden door Turkije.
Natuurlijk begrijpen wij dat men het racisme moet bestrijden. Het is precies daarom dat het noodzakelijk is zich niet te laten meeslepen in een proces dat die plaag zal vergroten.
De tekst assimileert de kritiek op de islam met islamofobie; anders uitgedrukt, het debat moet onmogelijk gemaakt worden.
Onder het voorwendsel van "godslasterlijk" te zijn, tracht deze tekst iedere kritiek te censureren, op wat de Koran predikt met inbegrip van de verheerlijking van het racisme en andere vormen van discriminatie. We denken aan de discriminatie tussen arabieren en niet-arabieren (waarvan de stigmatisatie van de joden2 het meest bekende is) tussen moslims en niet moslims, zonder te spreken van het traditionele denigreren van de zwarte bevolking ( in de Arabische taal betekent hetzelfde woord "slaaf "en "zwart" en dit is intrinsiek verwant met hun godsdienst).
En wat moet men denken van de implicaties die de sharia bevat voor wat de rechten van de vrouw betreft, de instrumentalisering3 van de kinderen en wat de hevige onverdraagzaamheid tegenover homo's en lesbiennes?
Niet alleen is de Koran een overbrenger van ideologieën die fundamenteel vijandig staan tegenover individuele vrijheden (en het is dan verboden deze zogezegde vrijheden te verdedigen ten overstaan van een moslim activist), maar door nu dit schadelijke proces geen halt toe te roepen zal men een totale ommekeer beleven van de grondvesten van ons strafrecht.
Ik zal hierop later terugkomen.
De Staat waar u uw mandaat uitoefent maakt deel uit van diegenen die zich hebben laten verrassen door DURBAN I, en het minste dat wij kunnen zeggen, is dat er geen openlijke verklaringen genoteerd zijn waaruit blijkt dat men niet in dezelfde grove fout zal hervallen. Uw Staat heeft zich weer ingeschreven in een perspectief van deelname aan de Conferentie van Geneve (DURBAN II). Men zegt dat een ezel zich geen tweemaal aan dezelfde steen stoot. Maar wat doet de Staat?
Te meer, het toestaan van een grotere invloed van de sharia is een rampzalig teken voor de moslims zelf, praktiserend of niet, nationale of allochtonen. Men zou hun fundamentele rechten schenden indien zij verplicht werden hun godsdienst te beleven volgens de meest integristische dictaten. Men zou geen rekening meer houden met diegenen die voor een verlichte islam kiezen.
Diegenen die kiezen voor een volledig atheïstische houding, of van geloof willen veranderen, zouden gepest worden. Gaat men geloofsverzaking of ketterij strafrechterlijk sanctioneren?
Deze tekst onderschrijven is als het openen van de "Doos van Pandora" omdat hij tegelijkertijd een wettiging bevat voor alle aanspraken van radicale activisten. Zij krijgen mooi spel om zich geërgerd te voelen indien eender wie kritiek zou hebben op een ingeroepen godsdienstig verbod.
Bovendien zouden de aanspraken systematisch de gangbare regels doen veranderen in de westerse landen, iedere toegeving genereert een verdergaande toegeving. U weet ook dat een dergelijke houding, algemeen gezien, de bevolking die u vertegenwoordigt, stoort.
Heel recent, heeft de Noorse regering dit, tweemaal in minder dan twee weken, tot haar schande moeten vaststellen. Na de aankondiging van een wetsvoorstel dat de godslastering strafwettelijk kon vervolgd worden en naderhand, toen een wetsvoorstel werd aangekondigd waarbij vrouwelijke politieagenten toegelaten werd een hoofddoek te dragen… Geconfronteerd met een plotse en massale reactie van de burgers4, was de Noorse regering verplicht, in beide gevallen, bakzeil te halen, maar te laat. Het feit had een desastreus effect en de oppositie alleen heeft erbij gewonnen.
De zaak met de hoofddoek was voornamelijk symptomatisch voor de manier waarop de moslimactivisten optreden.
Een Algerijnse heeft eerst de Noorse nationaliteit verkregen, dan heeft zij een aanvraag ingediend om bij de politie opgenomen te worden met een voorwaarde: de hoofddoek te mogen dragen. Deze voorwaarde scheen lofwaardig te zijn want dat betekende dat de Politie alle sociale klassen vertegenwoordigt. De Noorse Minister van Justitie was eveneens tevreden, zonder te beseffen in welk raderwerk hij de regering dwong. In feite maakte deze toegeving het onmogelijk om andere aanvragen van dezelfde aard te weigeren. Zoals Sugharan KHAN, een politievrouw van Oslo, opmerkte in een interview met Noorse dagbladen: Wat gaat men vervolgens doen wanneer zij zegt: niet te mogen patrouilleren met mannen?
Wat bij de aanvang misschien lijkt op een individuele aanvraag, spontaan of van op afstand gestuurd, het doet er niet toe, wordt onmiddellijk overgenomen door moslim activisten.
Sohaib SULTAN, secretaris generaal van de Noorse Islamitische Raad verklaarde: "De hoofddoek is een godsdienstige verplichting, geen symbool"
Het slachtoffer-discours werd eveneens gebruikt, de islamistische leiders benadrukten dat de het verbod van de hoofddoek tegenstrijdig was met het internationaal recht, en staat gelijk met het beperken van het recht op arbeid van religieuze minderheden. Onderlijnen wij, in het voorbijgaan, de usurpatie van de aanspraken, in naam van minderheden, waarvoor de moslimactivisten niet representatief zijn.5
Men kan de talloze voorbeelden aanhalen, die u zelf hebt vastgesteld, in het land dat u vertegenwoordigt, (machtsmisbruik ten aanzien van de vrouwen, gedwongen huwelijken, eermoorden, enz). Het recht wordt ingeroepen om voorrechten te verkrijgen of wordt het recht categorisch verworpen 6 wanneer het niet past bij de eisen van de moslim activisten; onder voorwendsel dat de islam het verbiedt burgerlijke wetten te gehoorzamen die tegenstrijdig zijn met de sharia.
De Islamitische Staten,7 vermits zij zichzelf zo definiëren met minachting van andere burgers die een verschillend geloof hebben, zijn vastbesloten de christianofobie toe te passen, de godsdienstvrijheid en het recht ongelovig te zijn, te onderdrukken. Het bewijs is geleverd door het feit dat ze onder elkaar een verdrag getekend hebben waarin zij afgesproken hebben alles wat niet met de sharia overeenstemt uit te sluiten. Onder het mom van de kinderbescherming heeft de ORGANISATIE VAN DE ISLAMITISCHE CONFERENTIE ze allen te samen gebracht voor de "Conventie van de kinderrechten in de Islam" (sic) Voor het ontwaken van hun geest "hun zin voor zijn staatsburgerschap en islamitische solidariteit", hebben zij een verdrag getekend waarin zij zich verplichten uit het kinderuniversum - dit betekent de maatschappij in zijn geheel - alle "factoren te bannen die afwijken van de visie van de sharia op cultureel, intellectueel vlak, in de media en de telecommunicatie of die tegenstrijdig zijn met de nationale belangen van de betrokken Staten".
Klaarblijkelijk, zolang de islamitische Staten (waaronder Turkije 8) geen minimum minimorum intrekken, wordt dit pact van onverdraagzaamheid DURBAN II in Geneve een pure oplichting.
Een voorbeeld? Ziehier een van de voorstellen verdedigd in het kader van Raad van de Mensenrechten van de Verenigde Naties: "Het Koninkrijk Saoedi-Arabie heeft verschillende malen gevraagd dat de media zouden afzien van de publicatie van alles wat een aanmoediging kan zijn voor een afwijkend gedrag, fanatisme, extremisme, terrorisme. Er werd eveneens nadruk gelegd op publieke veiligheid. Het koningrijk herhaalt, naar aanleiding hiervan, haar veroordeling voor de bespotting of smaad aan religies die bepaalde Staten zich veroorloven in naam van de vrije meningsuiting en die bijdragen tot godsdienstig extremisme in de moslimwereld." (Rap.A/HRC/WG/.6/4/SAU/1,11/12/08, p25 n°67, Conseil des Droit de l'Homme)
In het kort, men heeft hier te maken met een ontkenning van de werkelijkheid, passend in een dubbele inversie van de aanpak.
1° In het kader van de Raad van de Mensenrechten in de Verenigde Naties, wordt het islamitisch terrorisme voorgesteld als een fenomeen, vreemd van de islamitische Staten, en diegenen die het slachtoffer zijn, hebben ongelijk zich te beklagen, want dat ware een fobie ten overstaan van de moslimwereld in zijn geheel.
Uit deze inversie ontstaat het concept van de islamofobie 9, dat, door het te assimileren met racisme, iedere discussie, die mogelijkerwijze de islamitische Staten en moslimactivisten zou mishagen, onmogelijk maakt.
2° Vanwege fundamentalistische landen stellen dat het extremisme geen radicale uitdrukking is van de islam, maar een eenvoudige reactie van vrije meningsuiting zoals voorzien in alle democratische Staten. Volg deze omgekeerde redenering, de geweldpleger in niet diegene die de wapens opgenomen heeft, maar wel diegene die zijn opinie vreedzaam heeft uitgedrukt, langs de Pers, die niet het geluk heeft te behagen aan de dader van de geweldpleging, wiens daad door de sharia wordt goedgekeurd. De voorgestelde oplossing is dan logischerwijze: de censuur.
Deze ontkenning van de realiteit gekoppeld aan de dubbele inversie van de aanpak leidt natuurlijkerwijze naar de inversie van de penale verantwoordelijkheid.
Anders uitgedrukt, de limiet van het recht zich uit te drukken wordt alzo bepaald door de subjectiviteit van de meest onverdraagzame, wat de meest radicale voor onbespreekbaar houdt kan niet meer besproken worden; want zijn onwrikbaarheid zou hem doen denken beledigd te zijn. Nochtans is een uiteenlopende opinie, zelfs al is ze onaangenaam om horen, niet de facto een belediging. Niettemin, een kritieke mening uiten betreffende een godsdienstig voorschrift zal verboden worden. De aangeklaagde zal dan veroordeeld worden niet omdat hij, wie dan ook, beledigd heeft; maar omdat zijn opinie strafbaar wordt aangevoeld door de meest onverdraagzame, die geen tegenspraak duldt.
De censuur aanvaarden en de vrije opinie aan banden leggen door de vrije meningsuiting te belemmeren, iedere kritiek onderdrukken door de ommekeer in de strafrechtelijke verantwoordelijkheid, dit leidt de democratie naar de keuze van een andere maatschappij… Zou Kant zich de vraag hebben kunnen stellen over het bestaan van God? Wat ware het wetenschappelijk onderzoek indien dit laatste onder de voogdij van de Kerk viel? In welk keurslijf zouden de universiteiten hun werkzaamheden kunnen verrichten en onderwijzen? Hoe moeten de gerechtshoven (zoals dit reeds het geval is geweest in Canada, in Frankrijk en Duitsland onder andere) rekening houden met de sharia? Wat zal er gebeuren met de verschillende literaire stromingen, als de inspiratie steeds moet passen in de voorschriften van de Koran? En welk voordeel zou men hebben af te zien van de intrinsieke verrijking van een multiculturele maatschappij indien men zich moet onderwerpen aan de psycho-stijfheid van godsdienstige fundamentalisten?
Deze werkelijkheid is terecht opgemerkt door de LICRA (INTERNATIONAAL VERBOND TEGEN HET RASCISME EN HET ANTISEMITISME). Haar petitie roept op tot waakzaamheid wat de draagwijdte betreft van de tekst van de Raad van de Mensenrechten bij de Verenigde Naties en heeft de goedkeuring gekregen van een aantal persoonlijkheden met morele autoriteit zoals o.a. : George CHARPAK10 , Elie WIESEL11, Alain FINKIELKRAUT, Mohammed SIFAOUI, Elisabeth BADINTER, Chadortt DJAVANN of Michel ZAOUI:
"De Raad van de Mensenrechten is een ideologische oorlogsmachine geworden die zich wendt tegen de principes van haar stichters. (…) Indien de laster moet geassimileerd worden met racisme, indien het recht op kritiek tegen een godsdienst buiten de wet moet gesteld worden, indien religieuze wetten moeten ondergebracht worden in internationale normen, dan ware dit een regressie met onvoorzienbare gevolgen alsmede een radicale perversie van onze traditionele strijd tegen het racisme. Deze traditie heeft zich slechts kunnen ontwikkelen door de absolute vrijheid van ons geweten"
Waarvan akte !
1. Elie WIESEL Nobelprijs (1986) en George CHARPAK, Nobelprijs (1992)
2. Algemeen gekwalificeerd als antisemitisch, ten onrechte, daar de Arabieren eveneens Semieten zijn, wat ze trouwens zelf beweren om te kunnen bewijzen dat zij geen antisemieten zijn.
3. Pre-puber meisjes, getrouwd op zeer jonge leeftijd, vanaf 6 jaar, volgens het voorbeeld van de profeet Mohamed, godsdienstige rechtvaardiging en militaire indoctrinatie van minderjarigen, enz.
4. Het "DAGBLADET" om slechts dit dagblad te vermelden, heeft 165.000 reacties ontvangen in een dag. 89% waren negatief (Analoge reacties voor een wetsontwerp om de laster te beboeten) Te meer, op FACEBOOK hebben bloggers een discussiegroep opgericht "Neen aan de hoofddoek bij de politie" en hebben in enkele dagen 50.000 internauten verzameld.
5. De moslim activisten zijn niet gekozen door minoriteiten, en deze laatsten voelen er zich niet mee verbonden.
6. MOUHANAD KHOCHIDE, leraar islamgodsdienst, heeft zijn doctoraatsthesis voorgedragen aan de Weense Universiteit. Na een rondvraag bij 400 leraars van zijn branche in Oostenrijk, onthult hij dat 22% onder hen vindt dat de democratie niet compatibel is met de islam. Een veelzeggende anekdote: één onder hen heeft onlangs opgeroepen tot de boycot van "joodse winkels".
7. In tegendeel, de Europese Unie heeft zich nooit als "christelijke" staatsstructuur gekwalificeerd. Wanneer er sprake was van, niet een dergelijke godsdienstige connotatie maar slechts het vernoemen van haar joods-christelijk verleden, is er een storm van protest gerezen. Een verontwaardiging die niet aan het licht kwam toen 57 landen de uitsluiting betrof van de laïciteit en iedere andere godsdienst dan de islam voor het kwalificeren van de islamitische staten.
8. Turkije is geïntegreerd in de "Organisatie van de Islamitische Conferentie" Dit land in Klein-Azië , zogenaamd Europees, bevestigt haar weigering de waarden te respecteren van Multiculturele maatschappijen en bevoordeelt daarmee de sharia.
9. Een semantisch concept gerevitaliseerd door Iranese mollah's om de tegenstanders te stigmatiseren.
10. Nobelprijs, 1992
11. Nobelprijs, 1986
Document vriendelijk ter beschikking gesteld door Ch. Dalger