Recherchez ...

   
 
De islam gebruikt voor politieke doeleinden.
  1. Voorwoord
  2. Godsdiensten op voet van gelijkheid
  3. Tegenstrijdige rechtsbeginsels
  4. Historische wortels van het rechtsbeginsel
  5. Territoriale problemen
  6. Religie en absoluut recht
  7. Onderdanigheid en integratie
  8. Incompatibiliteit juridische systemen
  9. Aanbevelingen

Spreekbeurt gehouden in Brussel op 9 oktober 2010

1. Voorwoord

Laat mij toe, als voorwoord, vast te stellen dat het, op het einde van het eerste decennium van de 21ste eeuw, een krachttoer is geworden is om vragen te stellen en er over te debatteren.

Vooreerst heeft het "Diamant-Center" te Schaarbeek voor mij zijn deuren gesloten als gevolg van de druk uitgeoefend door de burgemeester en haar politie op de uitbater van de zaal. Daarna was het de beurt aan het Hotel Crowne Plaza om mij de toegang tot de verhuurde zaal te verbieden.

De eigenaar had ten minste de moed om ons te ontmoeten, Marcel CASTERMANS en mezelf om ons zijn verlegenheid uit te drukken over het feit dat hij zijn verplichting niet kon nakomen. Niettemin, zo zei hij gedurende het onderhoud, kan de "Crowne Plaza" geen uitzondering maken op het verbod. Hij voegde eraan toe dat wij op dit moment in gans Brussel geen enkele zaal ter beschikking zullen krijgen door de enorme politieke druk. De manager van het Crowne Plaza Hotel besefte wellicht niet hoe juist zijn oordeel was; want dezelfde morgen werd ons, een derde beloofde zaal, eveneens ontzegd.

Ziedaar waarom Europa op drift geraakt: Niet vanwege de fanatici die het terrein bezetten maar door de lafhartige houding van hen die ze maar laten doen.

Toch ben ik gelukkig met de afloop van deze affaire want ik heb de voordracht in het frans kunnen houden in een zaal van het Vlaamse Parlement. Dank u, Filip DEWINTER die deze morgen de enige geweest is om de vrije meningsuiting te vrijwaren in Brussel, de stad die onder de druk van een bende vrijheidsverkrachters staat.

De onverdraagzaamheid en de censuur zijn het leidmotief van diegenen die rondlopen met woorden als "openheid" en "tolerantie" op de lippen.

Paradoxaal genoeg is ons gevecht voor de vrijheid eveneens voor hen bestemd, voor hen en voor hun kinderen, niettegenstaande zij ons trachten te muilkorven.

Ik zal nu trachten u in drie kwartuur de argumentatie uit te leggen die in Zwitserland gezegevierd heeft wanneer wij besloten hebben de islam een sterk signaal te geven door de minarettenbouw te verbieden.

Is de islam een dreiging? En indien ja, in welke domeinen en door welke tekens?

Ziedaar de vragen die ik zal trachten te beantwoorden zonder de minste animositeit tegenover de moslims als individuele personen, want zij zijn dikwijls de eerste slachtoffers van hun ontoegeeflijke dogma's die hun slechts weinig vrijheden bieden wat hun eigen levenswijze betreft.

2. Godsdiensten op voet van gelijkheid

Bij de aanvang van deze redenering moeten wij ons afvragen op welke manier een rechtstaat de godsdienstvrijheid kan vrijwaren.

Deze kan daar slechts toe komen via een systeem van lekenwetten dat zich boven de godsdienstige dogma's plaatst en een gelijke behandeling garandeert voor alle godsdiensten.

De beschermende instantie moet zich boven beschermelingen plaatsen opdat haar bescherming doeltreffend zou zijn en gelijk voor iedereen.

Fundamenteel gezien is het religieuze geloof niet te bewijzen en ontsnapt het aan elke verificatie. Dit betekent dat de wetgever het geloof "x" en het geloof "y" op hetzelfde niveau plaatst en dat de burgers vrij zijn hun godsdienst te kiezen; en eveneens van het ene geloof naar het andere kunnen overstappen.

De godsdienstvrijheid is tevens een fundamentaal recht, het oudste van alle rechten in iedere moderne constitutionele staat.

(onbewijsbaar en bestendig).

Sta mij toe enkele kenmerkende gevallen verbonden aan de wet tegen de godslastering aan te halen die enige tijd geleden ingevoerd werden in PAKISTAN, dat zich nochtans een democratie noemt:

- De familie van een zesentwintig jarige vrouw uit Punjab, Rubina Bibi, moeder van drie kinderen, werd beschuldigd en opgesloten op basis van valse beschuldigingen van godslastering. Ze denkt nu, uit wanhoop, een overeenkomst gevonden te hebben met de aanklagers: de terugtrekking van de aanklacht, en dus de vrijheid tegenover haar bekering tot de islam.

In maart 2010, werd Rubina beschuldigd door een moslim verkoopster als gevolg van een betwisting over de verkoop van een levensmiddel. De verhoren door het gerecht verliepen onder hoge druk van islamitische extremisten. Om tot een buiten gerechtelijk akkoord te komen werd het aan de familie duidelijk gemaakt dat de beschuldigingen zouden worden opgeheven in geval van een bekering tot de islam..- In februari 2010, werd Qamar David, een christen uit Lahore, in de gevangenis sinds 2006, tot levenslange gevangenisstraf veroordeeld wegens godslastering. Sinds drie jaar zijn zijn familie en hun advocaat het object van bedreigingen en intimidaties. De beschuldiging zijn enkel gebaseerd op kunstmatig gecreëerde getuigenissen, de vrucht van haat en vooroordelen, zegt de advocaat Parvez Choudry.

- In januari 2010, wordt Imran Masih, 26 jaar, uit Faisalabad, voor godslastering tot levenslange gevangenis straf veroordeeld . Een buur beschuldigde hen ervan een kopij van de Koran verbrand te hebben. De jongeman was het slachtoffer van een valstrik: terwijl hij zijn winkel schoon maakte, wilde hij zich ontdoen van een aantal Arabische boeken (taal die hij niet kende) en had raad gevraagd aan een buurman die hem eerst de toelating gegeven heeft en nadien beschuldigde van godslastering.

- Begin juli 2010, werd de Christen Zahid Masih uit Model Town, dicht bij Lahore, verplicht met zijn familie te vluchten en zich te verstoppen temidden zijn familie, nadat hij door een moslim Manat Ali van godslastering beschuldigd werd. Deze laatste trachtte een menigte op te hitsen om hem te lynchen. Zahid werd ervan beschuldigd een paneel gebruikt te hebben waarop Koranverzen geschreven waren en dit aan de muur van de badkamer opgehangen te hebben.

Uitgaande van deze werkelijkheid zijn de problemen die de islam aan onze westerse democratie stelt, in de eerste plaats, niet van theologische maar van voornamelijk politieke en juridische aard.

3. Tegenstrijdige rechtsbeginsels

In Zwitserland, zoals in iedere democratie, deze naam waardig, is ieder wet democratisch gelegitimeerd. Dit betekent dat onze wetten kunnen veranderen in tegenstelling tot het islamitische godsdienstrecht dat onveranderbaar en autonoom is. Het wordt beschouwd als van een goddelijke oorsprong; het is een onverwoestbaar gegeven eenmaal door God aan iedereen gegeven en het mag door niemand in twijfel getrokken worden.

De Sharia berust op de Koran die aan de profeet Mohamed, in een mystieke extase, gegeven werd. De Koran bestond als een niet gecreëerd boek in het hemelse paradijs en werd toegankelijk gemaakt voor de mens via Mohamed.

De sharia heeft nog een andere oorsprong, de hadith's, die, door de waarde van hun bron, op hetzelfde niveau geplaatst worden als de Koran. Ze bevatten informaties en acties die voortspruiten uit het leven dan de profeet. Er bestaan, volgens koranscholen , verschillende versies hiervan. Sommige hadith's worden aanvaard door de enen en verworpen door de anderen.

Men vindt tussen de godsdienstige teksten een grote verscheidenheid die leidt tot verschillende concepten en zelfs tot tegengestelde praktijken. Kortom, alle tegenspraken die de Koran bevat evenals de gebieden die niet door regels bepaald zijn, worden vastgelegd door de Ijma die een consensus vertegenwoordigen van zelf verklaarde rechters (Oelema's). Dezen bepalen en verkondigen de "fatwa's" (juridische arresten).

Het probleem vindt zijn oorsprong in het feit dat de "alims" (in het meervoud: de Oelema's) beschouwd worden als diegenen die het "weten" die dus de wetenschappelijke kennis hebben terwijl het geloofskwesties zijn.

Men begrijpt zo waarom het geloof binnen de islam als een wetenschappelijke waarheid wordt beschouwd; dus als een aantoonbaar wetenschappelijk gebied. Dit concept is voor ons onverenigbaar met het concept dat wij hebben over het geloof en dit heeft uiterst zware gevolgen in de dagdagelijkse praktijk.

In tegenstelling tot de inwoners van de 57 landen die deel uitmaken van de "Organisatie van de islamitische conferentie", kan het Zwitserse volk op basis van onze opvatting betreffende het recht, aanzienlijk deelnemen aan het politiek proces. Dit gebeurt door de regels vervat in de directe democratie. Men zou bijvoorbeeld de referentie naar de Almachtige in de federale grondwet kunnen schrappen. In tegenstelling hiermee kan geen enkel volk van de vermelde islamitische staten de sharia in vraag stellen. De sharia wordt in deze landen beschouwd wordt als een onwrikbaar wetenschappelijk gegeven op dezelfde manier als wij, Zwitsers, aanvaarden dat de aarde rond de zon draait. De tijd dat de Kerk getracht heeft dit te ontkennen is voorbij. Galileo heeft, om zo te zeggen, gestalte gegeven aan het begin van een moderne emancipatie van de wetenschap tegenover de godsdienst.

Het Turks grondwettelijk hof heeft in een arrest, bevestigd door het Europese Hof van de Rechten van de Mens, dat de sharia de antithesis is van de democratie en tot doel had de Staat de rol te ontnemen van borgsteller voor de individuele vrijheden en rechten van de individuen.

In deze context is de verklaring van Dalil BOUBAKEUR, oud voorzitter van de Franse Raad van de moslimgemeenschap uitzonderlijk:

"De islam is tegelijkertijd godsdienst, gemeenschap, recht en beschaving.

De organisatie van de conferentie van de islamitische Staten - die zoals reeds gezegd 57 Staten omvat heeft een gelijkaardige uitspraak gedaan:

"De islam is religie, Staat en volledige organisatie van het leven"

Conform aan dit principe, aanvaardt de Organisatie van de conferentie van de islamitische landen de Algemene Verklaring van de Mensenrechten slechts in zover deze niet tegenstrijdig is met de sharia..

Het is precies door deze tendens in de islam, de controle over zowel het privéleven als de openbare organisatie van de maatschappij, dus door een globale invloed op de wijze van het doen en laten van de mensen, dat de islam zich onderscheidt van de andere godsdiensten.

Het boeddhisme, het Judaïsme, het Hindoeïsme, enz. praktiseren vooreerst een godsdienst gericht op het individuele leven zonder ernstige politieke en rechtelijke elementen. Zij respecteren de politiek, het recht, maar eveneens de wetenschap en de kunst als autonome systemen; terwijl schrijvers of kunstenaars die de islam betwisten geweldadige reacties moeten verwachten vanwege de bewakers van de islamreligie. Men kan zich op dit punt de ter dood veroordeling in 1989 herinneren van Salman Rushdie door het Iranese staatshoofd, de Ayatollah Khomeini.

Of nog de vernieling van de Deense goederen in moslimstaten na de publicatie van de karikaturen van Mohamed in 2006.

Kurt Westergaard, één van de deense tekenaars leeft nog steeds met een fatwa boven zijn hoofd. Na ontsnapt te zijn aan drie aanslagen, verhuist hij dikwijls van land, komt nooit buiten zonder gewapende escorte en heeft zijn huis omgevormd in een vesting. Voldoende om andere "misplaatste humoristen" te ontmoedigen.

4. Historische wortels van het rechtsbeginsel

De islamitische godsdienstige teksten zijn niet enkel van ethische of morele aard, maar willen eveneens de staatsvorming beïnvloeden.

De Koran is samengesteld en geschreven na het jaar 800 wanneer de islamitische veroveringen zich uitstrekten tot Spanje.

Deze expansie vereiste het invoeren van een aantal juridische regels met normatief karakter om de verschillende clans en stammen, die zich in die tijd niet als moslims kenmerkten maar wel als Sarazijnen, te voorzien.

In tegendeel van wat men algemeen denkt zijn de moskeeën niet te vergelijken met onze kerken; zij zijn eerder burelen van de burgerlijke stand, vermits er voornamelijk juridische en burgerlijke rechtsproblemen besproken worden.

Het bevoorrechte verband tussen de moslims en Allah gebeurt via de "sharia", de islamitische normgever.

In de islam is de moraal gefundeerd op de wet, daar waar onze conceptie van het recht gefundeerd is op de moraal.

Een voorbeeld om dit punt te illustreren: wij hebben een moreel principe dat stelt dat moord slecht is. De daaruit voortvloeiende wet moet rekening houden dat, in geval van wettige zelfverdediging, het kan voorkomen dat een mens een ander kan doden, zonder daarvoor gestraft te worden.

Het is steeds "slecht" te doden, maar de wetgever kan een wettiging verlenen in dringende gevallen. In de islam is het helemaal anders.

Inderdaad, de sharia schrijft voor wanneer en onder welke voorwaarden bepaalde personen mogen gedood worden of niet.

De moraal eist eenvoudigweg dat deze catalogus gerespecteerd wordt. Omgekeerd is het immoreel deze catalogus niet te respecteren. De moraal is dus afhankelijk van de wettelijke norm, wat logisch is in de islamitische conceptie vermits de wet door God is opgesteld, dus niet door mensen gecreëerd, en voor eeuwig geldig.

Wanneer een moslim de Koran leest, leest hij een tekst die te vergelijken is met ons burgerlijk rechtboek. Het verschil is dat de islamitische wetten van goddelijke oorsprong zijn en onveranderlijk.
Het is dus niet te verwonderen dat een moslim die zijn geloof verloochent zich blootstelt aan de doodstraf; en dat 94% van de zonden, die in de Koran bestraft worden met een verblijf in de hel, betrekking hebben op kritiek of twijfel over Mohammed of de islam.

Alleen deze tegenstrijdige opvattingen over de oorsprong van het recht zijn een maatstaf voor de moeilijkheden van een cohabitatie tussen deze twee visies die in werkelijkheid praktisch niet te verwezenlijken is.

5. Territoriale problemen

Indien de compatibiliteitsproblemen tussen de islamitische cultuur en de westerse cultuur niet van religieuze aard zijn maar van juridische, is dit zo omdat de Sharia de staatsvorming voorafgaat en in feite de basis is waarop de Staat gebouwd is.

De islam maakt een onderscheid tussen drie territoriale gevallen: de "Dar el Islam"(het land van de vrede), de islam heeft overwonnen en heerst, zonder oppositie; de "Dar el Harb" (land in oorlog), de ongelovigen zijn aan de macht; en in de "Dar el Suhl" (wat men zou kunnen vertalen als land in wapenstilstand), de islam is nog in de minderheid en moet zich aanpassen, maar iedere moslim die er leeft moet alles ondernemen om zijn geloof te doen zegevieren.

In dit laatste concept zijn de minaretten, de afzonderlijke moslimkerkhoven, maar ook de Koranscholen en moskeeën kleine extraterritoriale regio's geworden in een onrein land, een islamitisch bruggenhoofd in een gebied waar, zelfs al is het bescheiden, de islamitische wet de enige wet is die daar heerst.

In de Dar el Islam, het heilig land waar de islam zich heeft ingeplant, wordt geen enkele andere wet die de sharia niet aanvaardt toegelaten. Dit geldt, bij voorbeeld, voor ons straf- en burgerlijk-recht dat niet wordt toegelaten.

Dit "heilig islamland " omvat in Europa vele volksbuurten in Frankrijk, Groot-Brittannië en Duitsland. De moslims hebben er de meerderheid, zij hebben hun kerkhoven, hun moskeeën en hun koranscholen. Deze plaatsen verspreiden zich over het hele westen en hun aantal groeit in aantal en grootte. De minaretten zijn symbolen van deze penetratie; zoals de kleine vlaggetjes die de generaals op hun stafkaarten plantten om de vooruitgang van hun troepen te visualiseren. Het woord "minaret" komt van "El Manar", de vuurtoren.

Welnu, de "jihad torens" of "islambajonetten" om de term te gebruiken van de Turkse eerste minister ERDOGAN, beantwoorden aan geen enkele koran behoefte en speelt geen enkele rol in het islamitisch godsdienstig ritueel.

De muezzin is slechts later uitgevonden, maar zijn tegenwoordigheid is dikwijls gerechtvaardigd als een parallel met de klokken van de christelijke kerken.

In feite is de minaret vooreerst een zichtbaar symbool van een totale onderwerping aan een doctrine en aan de onverdraagzaamheid die eraan verbonden is - zelfs als deze laatste een controverse tot gevolg heeft tussen de verschillende islamitische strekkingen.

Indien wij op het Zwitserse grondgebied de bouw van minaretten toelaten zullen de conflicten die in het Oosten woeden tussen de Ottomaanse moslims en de Alaouiten zich bij ons verplaatsen. In plaats van wederkerige tolerantie en godsdienstvrede in de hand te werken, zullen wij de grote doctrinaire verscheidenheid binnen de islam aanwakkeren. Inderdaad, voor de Alaouiten of geseculariseerde moslims, zijn de minaretten een belediging en een teken van een bepaalde uitdrukking van de islam die zich tracht te profileren als enige vertegenwoordiger van deze religie in Zwitserland.

In de universele conceptie van de radicale islam moeten alle regio's in de wereld, die eenmaal islamitisch waren, het terug worden. Het middel om dat objectief te bereiken is de Jihad die in 97% van de gevallen "oorlog tegen de ongelovigen" betekent. In slechts in 3% van de gevallen moet de Jihad begrepen worden als een innerlijke strijd naar "innerlijke zuivering" of als een "innerlijke zoektocht". Iedere plaats van waar men een minaret kan zien en ieder gebied dat van op een minaret kan gezien worden moet islamitisch worden.

Gezien deze eis, begrijpt men dat het belang van deze gebouwen dikwijls onderschat is door de Europeanen en dat ze een veel grotere rol spelen dan degene die men hen gewoonlijk toebedeelt.

Een 21 meter hoge minaret is actueel in Poitiers in opbouw, de stad waar Karel Martel de moslims in 732 op de vlucht gedreven heeft. Luidsprekers worden erin gemonteerd. Maar men heeft de bevolking verteld dat zij niet zullen gebruikt worden. Waarom worden zij er dan geplaatst?

Het feit is dat op vele plaatsen de bouw van minaretten toegelaten is, de stem van de muezzin hoort men verschillende keren per dag. Dit is bijvoorbeeld het geval in Granada, in Bosnië, in Oxford, in Londen, in New-Delhi en zelfs in Lhassa, de hoofdstad van Tibet.

De weerstand uit zich elders en wel om eenvoudige redenen: het doel van deze beweging is de islamitische norm te implementeren over de hele wereld en de minaretten zijn er de zichtbare tekens van - dikwijls luidruchtige - penetratie. De Islamitische Raad in Groot Brittannië heeft dit duidelijk gezegd in maart 2008: "De oproep tot het gebed moet integraal deel uit maken van het leven in Groot Brittannië en ook in Europa". Deze oproep verkondigt nochtans vijf maal per dag het volgende principe: "Allah is de grootste, Ik getuig dat er geen andere God is dan Allah. Ik getuig dat Mohammed de gezant is van Allah. Kom naar het gebed. Kom naar het geluk. Allah is de grootste. Er is geen andere echte God dan Allah" .

Naast deze geloofsbelijdenis zijn onze kerkklokken van een merkwaardige neutraliteit - des te meer daar zij hoofdzakelijk het uur aanduiden.

6. Religie en absoluut recht

Het belijden van een godsdienst is geen absoluut recht

De vrije uitvoering van godsdienstige praktijken - bij voorbeeld het afslachten van dieren - is in het nationale en internationale recht slechts toegelaten binnen de perken van de wet. Deze beperkingen zijn zeker mogelijk.

Het artikel 9 al.2 van de Europese Conventie van de Mensenrechten, het artikel 29 al.2 van het Charter van de Mensenrechten van de Verenigde Naties evenals het artikel 36 van de Federale Grondwet, laten een beperking toe van de godsdienstvrijheid wanneer deze beperking in het belang is van het algemene welzijn en aangepast is aan de situatie. Om deze reden waren de Federale Raad en het Parlement verplicht toe te geven dat het initiatief tegen de minaretten niet tegenstrijdig was met de wet. Daarom moest het aan een volksraadpleging onderworpen worden.

Niettemin moeten wij vandaag vaststellen dat de regering zich van deze volksraadpleging niet veel aantrok tijdens de stemming die volgde. Ze heeft inderdaad niet de intentie zich tegen de bouw van een minaret in Langenthal te verzetten onder het voorwendsel dat de aanvraag was ingediend op 29 november 2009. Nochtans heeft de minister van Justitie, de avond van de stemming bij hoog en laag beklemtoont dat wil van het volk zou gerespecteerd worden en dat geen enkele minaret in Zwitserland nog zou gebouwd worden.

Erger nog: In haar antwoord aan het Europese Hof voor de Mensenrechten, op 15 september 2010, veroorlooft zich de Federale Raad, met totale minachting voor het concept van soevereiniteit en voor de beslissing van de volksstemming, te bevestigen: " de recente jurisprudentie van het Federaal Hof kent voorbeelden waarbij de voorrang van een internationaal verdrag (en van een federale wet) ten opzichte van een bepaling van de Grondwet aanvaard wordt". Even later wordt er aan toegevoegd: " Deze jurisprudentie zou kunnen toegepast worden in verband met een internationale en constitutionele norm in zover dat het artikel 190Cst. niet vermeldt dat de Grondwet een pertinent recht is".

Zo is het dat de directe democratie en de universele stembusgang de weg moeten vrijmaken voor "de democratie van de rechters" wiens democratische legitimiteit veel kleiner is daar zij gecoöpteerd zijn en door het huidige systeem. Zo verdergaande, slaagt het systeem erin het volk te muilkorven en te verklaren dat de democratie antidemocratisch is; en dat het politieke bedrijf onwettelijk is zodra het de orthodoxie van de globalisering tegenspreekt.

7. Onderdanigheid en integratie

Indien de Amerikaanse Staat Michigan bij identiteitscontroles niet meer eist dat gesluierde vrouwen hun gezicht laten zien, creëren zij een juridisch-concurentiele situatie op hun eigen grondgebied. In naam van het legale postmoderne en tolerante pluralisme, is het territoriale wettige regime geleidelijk verwaterd.

Hetzelfde gebeurt wanneer men in een lyceum in het Oise-departement toelaat dat adolescenten, integraal gesluierd, de examens afleggen ("Le Figaro" van 19 juni 2010).

De beroepscommissie inzake asiel heeft besloten dat "het Zwitserse recht zich niet kan toemeten dit recht als superieur te beschouwen boven het recht van een vreemde natie". Uitgaande van deze stelling heeft zij een huwelijk toegestaan afgesloten tussen een minderjarige en de afwezige bruidegom.

Een ander frappant voorbeeld van dit juridische pluralisme: in Duitsland heeft een rechter geweigerd een echtscheiding uit te spreken "omdat in de islam de lijfstraffen voor de vrouw aanvaard zijn". Deze voorbeelden tonen aan dat de westerse democratieën een legaal systeem dulden dat afwijkend is van en tegenstrijdig is aan het onze.

Zelfrespect en voorzichtigheid zouden ons nochtans, ten minste op ons grondgebied, moeten aansporen om de verspreiding te beletten van een rechtssysteem dat berust op een totaal verschillende basis van de Rechten van de Mens.

Het Europese Hof van de Mensenrechten heeft vastgesteld dat de Sharia onverenigbaar met onze opvatting van het recht onder andere inzake het huwelijksrecht, de mensenrechten en zelfs nog het strafrecht van vreemde culturen die ogenschijnlijk onbelangrijk zijn alhoewel zij de doos van Pandora openen met betrekking van het recht.

Deze, ogenschijnlijk beperkte, aanpassingen aan onze wetten en regels komen neer op het opleggen van een totaal vreemd- en parallel-recht met het onze. Het feit te aanvaarden dat moslima-onderwijzeressen een hoofddoek mogen dragen of dat gescheiden zwemlessen gegeven worden voor moslimkinderen zijn voorbeelden van toegevingen gerechtvaardigd op basis van de tolerantie ten overstaan van Hier ontbreekt precies iets in de originele franse tekst???...

Wat, bij voorbeeld, de gedwongen huwelijken tussen minderjarigen betreft, aanvaardt men dat de fundamentele rechten (het recht een huwelijk aan te gaan) uitgehold worden in naam van humanitaire rechten (de corporatieve godsdienstvrijheid)

Maar in een samenleving waar het nu goed overkomt de onderdanigheid te beoefenen - een voorkomende onderdanigheid die de toorn van Allah over onze hoofden zou moet afweren - houdt men geen rekening met de draagwijdte van deze toegevingen gedaan aan de islam.

Heeft men de de heer Delanoë, de parijse burgemeester niet gezien die de moslims gelukwenste voor de Ramadan en het lid van de Nationale Raad Hugues Hiltpold die herzelfde deed in Genève, Nooit heeft men hen de christenen zien gelukwensen met de Vasten. En nooit zal men ze de deelnemers van een reuze worst- of bier-feest zien gelukwensen!

Nochtans zal deze "dhimmitude" (onderwerping aan de islamitische eisen door de ongelovigen) is niet alleen een feit in Europese landen. Zo verneem ik ("le temps" van 28 mei 2010) dat Marokko de christen-vreemdelingen meer en meer aan de deur zet van zijn grondgebied. Ik kan niet nalaten te denken dat het uitzetten van christen-vreemdelingen slechts een toegeving is van de koning aan de islamisten wier invloed groeit. Op het einde van de toegevingen zal hij ook, al is hij koning en Marokkaan, het risico lopen dat de Natiestaat de plaats zal ruimen voor een Kalifaat. Het is niet omdat hij zich meer als islamist voordoet dat de islamisten zelf in hun vooruitgang zullen geremd worden. Want de door God bezetenen storen zich niet aan schijnbeelden, verblindt als ze zijn door hun dogma's en hun eisen.

8. Incompatibiliteit juridische systemen

. Culturele getto's, samenleving van individualisten en clan-systeem.

Het naast elkaar plaatsen van deze twee juridische systemen op het grondgebied van eenzelfde Staat is bijzonder gevaarlijk vanwege de groeiende isolering van bepaalde etno-religieuze groepen. Sinds de eeuw van de verlichting is onze maatschappij gebaseerd op het individualistische principe; zij is dus niet voorbereid om groepen van mensen, die volgens een quasi-ontoegankelijk collectief systeem leven, te aanvaarden en te integreren.

Het individualisme geeft voorrang aan de vrije opinievorming en, door dit feit, leidt het naar de vernieuwende kracht die de westerse maatschappij kenmerkt. Parallel hieraan remt het de vriendjespolitiek en wordt het clansysteem verzwakt. Het individualisme geeft aan iedere persoon de mogelijkheid de andere te benaderen die hem voordien vreemd zou zijn geweest.

Het eindresultaat is dat het algemene belang, dus het welzijn van de burgers, boven de belangen van bepaalde clans geplaatst wordt.

Maar dit systeem werkt slechts als de maatschappij min of meer homogeen is en waarin de burgers de algemene regels kennen en naleven. Te meer, de Staat moet bereid zijn die regels te doen naleven.

Het probleem is dat de meeste buiten-europeaanse samenlevingen volgens een totaal ander principe leven; de belangen van een groep of familie gaan voor het algemene belang, dat in dit kader slechts een abstract concept is.

Hoe groter het aantal immigranten, dat van landen komt met een clan systeem, hoe groter de problemen worden voor onze maatschappij.

In deze context is het bijvoorbeeld storend dat men, onder het voorwendsel van "familiale hereniging", niet alleen vader, moeder en haar kinderen maar ook de broers en zusters, de grootouders, de neven en nichten toelaat in de Europese ruimte.

Het grootste probleem dat de moderne Europese Staten kennen, vloeit voort uit het feit dat de immigratie ongecontroleerd is door de verzwakking en zelfs de opheffing van buitengrenzen wat tot gevolg heeft dat binnengrenzen dikwijls onzichtbaar worden.

Indien wij weigeren aanvaardbare antwoorden te vinden voor deze problemen, wanneer wij er een taboe van maken om ze niet te moeten aansnijden, zal de veel vrijheid belovende Europese ruimte er een worden van samenlevingen in conflict. Zwitserland zal aan deze evolutie niet ontsnappen, want de gecumuleerde gevolgen van Schengen/Dublin laat ons land niet meer toe bepaalde regels aan de grensovergangen op te leggen.

Dit heeft de import van moeilijk te assimileren personen en beschermde clan-groepen tot gevolg.

Zie hoe de polygamie bijna overal in Europa terug opkomt. Ik herhaal hier het emblemisch geval van Lies Hebbadj, die de voorpagina's haalde in de media, op 23 april 2010. Hij betwistte in het publiek het proces-verbaal dat één van zijn vrouwen opgelopen had omdat ze de gesluierd haar auto bestuurde. Op 9 juni, wordt Lies Hebbadj voorgeleid voor fraude bij de sociale zekerheid, "feitelijke polygamie", die hem toeliet bedragen waarop hij geen recht had te innen, oplichterij en zwartwerk. Sindsdien is hij opnieuw aangehouden voor verkrachting onder verzwarende omstandigheden. Te vervolgen.

Ook in de ziekenhuizen doen integristische afwijkingen hun entree: De man weigert dat zijn vrouw door een mannelijke dokter wordt behandeld, weigering van bepaalde therapieën enz. Dit leidt tot absurde situaties. In "Libération" van 7 juli 2010, vertelt Isabelle Lévy het geval van een zwangere patiënte die nooit gevolgd werd tijdens haar zwangerschap en die zich aanbiedt bij de spoeddienst, want ze had weeën. Zij weigerde door een mannelijke dokter geholpen te worden en ging weg, met haar weeën zonder enige verzorging. Plotseling hoort het personeel kreten. De vrouw in kwestie was aan het bevallen buiten op het grasperk. De verpleegster zei haar dan:" Je hebt je niet willen laten verzorgen door een man en nu beval je voor een honderdtal personen!"

En nochtans houdt de lijst hier niet op. De sociale en culturele onverenigbaarheid neemt nog dramatischere vormen aan. Wat moet men denken van het dramatische geval van Swera, een 16-jarige Zwitserse van Pakistaanse oorsprong, die "schwyzerdütsch" spreekt zoals haar klasgenoten en door haar vader vermoord werd. Volgens zijn godsdienstige overtuiging, dacht deze dat de diefstal van een pakje sigaretten moest uitgewist worden in het bloed? Het bloed van zijn bloed? Voor de eer, voor het witwassen van de vernedering.

Maar hoeveel jonge meisjes die gemuilkorfd., onder voogdij staan en geslagen worden, gaan er niet schuil achter dit vreselijke fait-divers?

De zwijgplicht die in deze clans heerst is totaal; de overtreding ervan fataal.

9. Aanbevelingen

Vertrekkende van de vorige vaststellingen zou ik deze lezing willen afsluiten met volgende aanbevelingen::

1. Onze rechtstaat heeft het recht en de plicht te eisen dat de immigranten een volledig respect tonen voor ons wettelijk regime. Wij moeten daarom iedere toegeving vermijden, hoe klein deze ook ogenschijnlijk moge lijken. Want dit zou voor hen een aanmoediging kunnen zijn, al lijkt het slechts een vage, om te denken dat parallelle concepties van het recht mogelijk zijn. Door de vorming van groepen toe te staan groepen, namelijk door uitzonderingen zoals afzonderlijke kerkhoven, afzonderlijke zwembaden of toegangstijden, gedwongen huwelijken, verhinderen we hen ons cultureel patrimonium te benaderen en zorgen we ervoor dat de zo-geroemde integratie slechts uitmondt in een alibi-oefening

2. Zelfs al riskeren wij tegen de wet op de vrije vestiging van burgers in te gaan, moeten we verhinderen dat er etnische getto's, het verschijnen van parallelle werelden, de ene onverschillig ten overstaan van de anderen, ontstaan. Het leven in parallelle groepen heeft niets te maken met integratie.

3. Wij moeten beletten dat religieuze fanatici de hand leggen op etnische groepen door strenger op te treden tegen de extremistische leiders.

4. Wij moeten trachten de instroom van vreemdelingen te beperken. Door het toelaten van kleinere groepen kunnen we hen beter opvangen, waardoor ze zich beter kunnen integreren.

Tenslotte blijven we hopen dat de islam zich van binnenuit aanpast en dat in de komende jaren een soort verlichting zal optreden die het einde zou kunnen betekenen van de fanatieke islam. Zolang dit niet het geval is hebben wij de plicht onze staat te beschermen tegen elke gezagsondermijnende activiteit. Het is onaanvaardbaar dat de liberale principes van onze rechtsstaat gebruikt worden als instrument voor zijn desintegratie en eindelijk zijn vernietiging. Het gaat hier ook over de verdediging en de veiligheid van de moslims zelf, voornamelijk van deze die zich bij ons wensen te integreren. Sta mij toe even het trieste lot van de Imam van Drancy, Hassan Chalgoumi, in herinnering te brengen. Hij sprak zich in het publiek uit voor het verbod op de integrale sluier in Frankrijk. Sindsdien worden alle gebeden die hij leidt verstoord. De 43 geestelijken, die hij in 2009 verzameld heeft in de Conferentie van de Imams, hebben allen, de ene na de andere, afgehaakt. Voortaan is Chalgoumi meer en meer geïsoleerd en leeft hij onder politie-bewaking; bedreigd omwille van enkele woorden tegen het integrisme en het antisemitisme. Strijden tegen de afwijkingen van de islam op christelijke grond is misschien in de eerste plaats: de moslims beschermen tegen hun eigen "broeders"

Oskar Freysinger.