Indien dit land de huidige crisis overleeft, is het evident dat de problematiek zich bij de volgende verkiezingen zal verscherpen. Een regering in elkaar knutselen is één zaak, de opgestapelde problemen, na jaren ondeskundige en onverantwoordelijke politiek, oplossen is een andere zaak. De tijd speelt in het voordeel van de separatisten.
Men kan erop rekenen dat op een bepaald ogenblik, moe onderhandeld, men de splitsing van het land, als de beste oplossing zal voorstellen, en de bevolking zal instemmen.
Het federale België is op een zodanige manier ontworpen dat een antagonistische dynamiek zich ontwikkelt en het georganiseerde gebrek aan communicatie tussen de taalgemeenschappen uitmondt op onbegrip, onwetendheid en verwerping.
Dit alles was in de kiem van het gefederaliseerde land aanwezig. Er was nochtans geen gebrek aan waarschuwingen: “een federalisme met twee is onhoudbaar”, “men moet federale politieke partijen behouden”, “de tweetaligheid moet gepromoot worden”.
Alle constitutionele bevallingsspecialisten werden overvloedig ingelicht door deskundigen met meer ervaring dan zij, maar zij hebben slechts naar eigen goeddunken gehandeld. Of naar dat van hun partij, vermits het uiteindelijk deze is die zowel het verstand als het geweten bepaalt van de politicus.
Indien België ooit verdwijnt, is de oorzaak zeker niet te vinden in het feit dat “deze twee gemeenschappen niet in één Staat kunnen samenleven”. Deze visie heeft geen historische basis maar wordt in de scholen onderwezen en door de media verspreid . Ook het feit van de 2.5 euro die van de ene naar de andere vloeit is geen oorzaak. Dit is de niet-economische visie van diegenen die de jaarlijkse kostprijs van de Belgische regionalisering nooit berekend hebben, en waarvan de kostprijs het effect van de nationale solidariteit ver overschrijdt.
Het zal ook niet omwille van BHV zijn, noch omwille van een taalkwestie. Indien België zich splitst zal het voornamelijk zijn omdat wij de werkelijkheid genegeerd hebben.
Twee “landen”.
Wanneer men de “taalgrens” midden door dit land getekend heeft, zijn aan beide kanten minderheden in de kou blijven staan, opgeofferd aan een vooropgezet idee, te weten dat België twee bevolkingen had die door hun taal gekenmerkt waren. Dan werd het duidelijk dat de nederlandstaligen van Edingen, Moeskroen en Geldenaken vreemdelingen waren in hun eigen stad; een groep van bij de 400.000 Franstaligen in Brugge, Gent en Antwerpen werden als niet bestaand beschouwd; de inwoners van Linkebeek (vandaag voor 85% Franstalig) moesten zo vlug mogelijk, van taal veranderen omdat ze vernamen vanaf nu Vlamingen te zijn. De Franstaligen die, in Brussel en randgemeenten woonden en de overgrote meerderheid uitmaken, hadden het recht niet noch Vlaming noch Waal te zijn – dus een soort van bastaarden, maar dit heeft hun rust niet verstoord. Zo heeft men een land geregionaliseerd, zonder met de realiteiten rekening te houden maar met de splitsing in het vizier.
Het geniale onderscheid uitgevonden door Charles Maurras tussen het “wettelijke land” en het “reële land” vindt hier een perfecte illustratie. De breuk tussen deze twee “landen” is het lot van eigentijdse democratieën of, meer algemeen, van alle stelsels die trachten een samenleving te veranderen, eerder dan te ijveren voor haar algemene welzijn met respect voor haar eigen identiteit.
Het “reële land” niet respecteren met de mensen zoals ze zijn, met hun verleden, hun banden, hun verscheidenheid en hun identiteit, maar integendeel ze willen onderwerpen aan een project, een ideologie is steeds een politieke vergissing geweest die uitmondt op een humanitaire catastrofe. Hier in België bestaat ons “wettelijke land” uit twee taalkundig homogene gemeenschappen, van de Westhoek tot de Maas en van Moeskroen tot Malmedy. Alles wat in dit kader, bepaald door de wet en gestemd door een meerderheid van politici, niet past, moet gereformeerd, genegeerd of uitgeroeid worden.
Zelfs na een veelvoud van hervormingen bevinden wij ons nog steeds in een toestand waar de werkelijkheid van ons land ontkend wordt. Met een BHV als laatste schuiloord waar het “reële land” weigert het “wettelijke land” te zijn. Waarom moet alles zwart of wit geschilderd worden? Is een andere kleur, grijs, ook niet aanvaardbaar? Dit is echter de realiteit. Het volstaat niet te verklaren dat een gemeente “Vlaams” is omdat bepaalde personen het zo zouden willen, omdat een zeker gedeelte ervan Nederlandstalig is of omdat het drie eeuwen geleden zo was, of nog omdat het door een wettelijke beslissing in een regio ligt die men arbitrair “Vlaams” noemt.
Uit respect voor de werkelijkheid had men moeten zeggen: “Linkebeek was vroeger een Nederlandstalig dorp en, zeker wonen er, nu nog, een minderheid van Vlamingen. Maar de werkelijkheid is dat de vroegere eigenaars hun gronden verkocht hebben aan Franstaligen die zich dichter bij Brussel wilden vestigen –maar niet geneigd waren van taal te wisselen. Dat is een feit. Indien de nieuwe bevolking thans de meerderheid uitmaakt, moeten wij ze dan verplichten te verhuizen? (wettelijk land) of van taal te veranderen?(wettelijk land)
Of moeten wij het feit van de taaldiversiteit erkennen als een actueel gegeven en een werkelijkheid in ons Belgische landschap, die wij niet mogen ontkennen zonder afbreuk te doen aan onze vrijheid en onze rechten (reële land).
De les
Men beweert dat te veel Franstaligen geen Nederlands kennen en het niet, of niet willen, aanleren. Dit is terecht en spijtig. De Franstaligen dragen, in deze crisis een verantwoordelijkheid die zij niet correct inschatten. Het verwerpen van de Nederlandse taal ligt aan de oorsprong van vele frustraties en kwetsuren. Hun onwetendheid over deze taal die zij als vreemd beschouwen, belet hen België naar waarde te begrijpen en te waarderen. Indien zij, voor dit feit verantwoordelijk zijn, zijn de Franstalige Belgen verre van de enige schuldigen.
Maar bij wie ligt de fout? Het “wettelijke land” heeft die fout begaan. Het is vandaag mogelijk in België te leven vanaf zijn geboorte tot zijn dood zonder de minste noodzaak of hinder te ondervinden de andere landstaal te kennen of te kunnen spreken. Alles is tweetalig georganiseerd. Te meer, het regionale gedeelte heeft de overhand behaald op het federale gedeelte dat, in de ogen van de burgers, meer en meer symbolisch en verafgelegen is.
Er is geen federale partij meer. En om dit alles te bekronen, verspelen de politici hun tijd om de anderen, van de ene regio naar de andere, te bekritiseren en de anderen te verwijten de oorzaak te zijn van alles wat niet goed gaat. Een mooi voorbeeld voor diegenen die de andere taal willen aanleren!
De enige plaats waar de tweetaligheid een voordeel biedt is het bedrijfsleven, de tewerkstelling. (reële land) Maar de burgers zijn er op school niet op voorbereid (wettelijk land) die het onderricht in de andere taal als een karwei beschouwt.
De Vlaamse gemeenschap (wettelijk land) heeft tal van Vlaamse scholen gebouwd in Brussel met de bedoeling Brussel te vervlaamsen. Maar deze scholen zitten vol Franstaligen die Nederlands willen leren (reële land). Dat de Franstaligen niet voldoende Nederlands kennen is een feit, maar men moet erkennen dat vele mensen moeite doen de taal te leren, indien niet zijzelf, dan toch hun kinderen.
De massa Franstaligen in de Vlaamse scholen in Brussel en randgemeenten getuigt toch van een mentaliteitsverandering. Is de verandering traag? Komt ze te laat? Wel geven wij haar de tijd. Plaatsen wij geen hinderpalen (en dat is wat de Vlaamse gemeenschap nochtans zinnens is (wettelijk land) door de Franstalige leerlingen te tellen in de scholen!)
Het is onder druk van het “reële land” dat de Franstalige gemeenschap (wettelijk land) onderdompeling formules in het Nederlands toegelaten heeft. Is dit geen prachtig voorteken in de actuele context.
Maar dit is te danken aan privé initiatieven van mensen (reële land) en niet van de Gemeenschappen (wettelijk land) die als voornaamste verantwoordelijkheid het onderwijs hebben en nog steeds niet bij machte zijn tweetalige leerlingen af te leveren op hun achttiende verjaardag. Men heeft onzinnige regels ontworpen – bij voorbeeld, de verplichting een diploma te bezitten in de taal van de school – wat een waarborg is voor hun ondoeltreffendheid.
Door deze twee voorbeelden tracht ik de onheilspellende dialectiek, tussen het “reële” en het “wettelijk land” waar dit laatste het eerste wil modelleren, te verduidelijken.
Er bestaat een voortdurende inadequatie tussen die twee: een tweetalig land dat de tweetaligheid bemoeilijkt en een grondrecht oplegt aan de bewoners en een verscheurde bevolking door diegenen die de opdracht hebben de vrede te vrijwaren.
Dit schreeuwende contrast in onze democratie, waar het “wettelijk land” verondersteld is rekening te houden met het “reële land”, is een van de merkwaardigheden in deze moderne wereld.
Indien men België wenst te behouden, welke vorm dient men er dan aan te geven?
De crisis die wij nu meemaken brengt twee feiten aan het licht; het eerste is dat de meerderheid van de bevolking geen splitsing wenst.
Kijk maar naar de petitie die in enkele maanden tijd meer dan 140.000 handtekeningen verzamelde ondanks de hopeloze politieke en media context. Men zal zeggen dat de meerderheid Franstaligen waren (en dit is waar), maar wat mij verontrust is dat wanneer Vlamingen de Belgische vlag wilden uithangen, ze bedreigingen kregen voor gebroken ruiten en lekke banden door heldhaftige onbekenden.
Wat weemoed opwekte, is dat 140.000 ondertekenaars, en al diegenen die van de petitie niet op de hoogte waren, alleen maar de vlag en de handtekening hadden, om hun gehechtheid aan het land uit te drukken daar geen ander middel voorhanden is. In een democratisch land (wettelijk land) hebben deze mensen (reële land) geen andere middelen om zich uit te drukken.
Het tweede feit dat door deze crisis aan de oppervlakte komt is dat de regionalisering van ons land een volledig fiasco is. Totaal en voorspelbaar.
De leerlingen tovenaars die België in Regio’s en Gemeenschappen opgesplitst hebben kunnen vandaag (rijkelijk gepensioneerd door een Staat die ze ondermijnd hebben) op hun werk neerkijken.
Schoolmeester DEHAENE, die zich roemde België bespaard te hebben van het lot van Bosnië – een vergelijking die slechts een lach uitlokt –, kan inderdaad vaststellen dat er geen bloed vloeide, maar dat het doodsvonnis van België in volledige legaliteit kan voltrokken worden. En indien het nog niet gebeurd is, is het omdat geen enkele van die moordenaars voldoende moed hebben om het “reële land” zonder masker te trotseren. In ieder geval, indien “federeren” “samenbrengen” betekend, is de zaak mislukt.
Het ondraaglijke contrast tussen het “reële land” en het “wettelijke land” bestaat dus inderdaad. Aan de ene kant hebben wij de instellingen, doelmatig gesteund door politici en de media die verdeeldheid zaaien, en aan de andere kant een meerderheid van burgers die de eenheid wensen. Zonder een heraanpassing van het “wettelijke land”op het “reële land” is het zeker dat het “wettelijke land” zal overwinnen. Waaruit zou deze heraanpassing kunnen bestaan?
Twee ideeën om overstag te gaan.
Twee hervormingen …om te beginnen
België kan slechts overleven wanneer de Belgen elkaar kunnen aanspreken, begrijpen, of ze met mekaar akkoord gaan of niet.
De Nederlanders zijn Engelssprekend vanaf de kindertuin. Op achttienjarige leeftijd spreken ze allen vloeiend Engels en velen zijn drietalig op hun achttiende. Nederland is nochtans een eentalig land!
In Luxemburg spreekt men thuis Luxemburgs, Duits op school en Frans in de zakenwereld.
Ze spreken allen drie talen van zodra zij in het professionele of burgerleven betrokken zijn.
In België is er maar een kleine minderheid van de bevolking die zich, op achttienjarige leeftijd in de andere landstaal kan uitdrukken. Waarom? Omdat het onderwijs zo slecht is? Zeker, maar voornamelijk omdat het in taalgemeenschappen verdeeld is. In een land waar drie talen gesproken worden, is de communautarisering van het onderwijs absurd. Men moest het onderwijs absoluut bij de federale regering laten. De tweetaligheid is in een drietalig landschap geen optie maar een absolute noodzaak.
Deze noodzaak zou de verplichting moeten inhouden tweetalig te zijn voor het behalen van een middelbaar diploma.
Nu dat het taalgemeenschapsonderwijs bestaat, schijnt het moeilijk te zijn een stap achteruit te zetten.
Indien men angst heeft van radicale maatregelen (of de middelen niet heeft deze uit te voeren) zou men eenvoudigweg de certificatie van de diploma’s bij de bevoegdheid van de federale regering kunnen voegen. Zodoende kan de federale regering ook zijn eisen laten gelden – tweetaligheid voor alle kandidaten – en dit nagaan op basis van de eindexamens na een volledige cursus. Dit is een eenvoudige, doeltreffende en goedkope aanpassing.
Zodra de scholen aan deze eisen moeten voldoen, zullen zij passende methoden moeten ontwikkelen, zoals onderdompeling formules, cursussen geven in de andere taal, uitwisselingen enz.
Eveneens zullen alle wettelijke hindernissen moeten geruimd worden die nu de tweetaligheid in het onderwijs in de kiem smoren.
Indien men dit degelijk aanpakt is het zelfs mogelijk, op twaalfjarige leeftijd, kinderen te hebben die volledig tweetalig zijn, (kijk maar naar Frans- of Nederlandstalige kinderen die naar school gaan in de andere taal) en drietalig zijn op hun achttiende jaar. Kunt u zich indenken welk geschenk deze drie talen betekent voor de jeugd en later in het bedrijfsleven.
Tweede hervorming: de Regio’s.
Een federalisme met twee is onmogelijk. Dit kan slechts uitmonden in een tweestrijd. Stel daarbij een verschil van taal en een politieke rivaliteit, geen enkele Staat kan daaraan weerstaan. Mijn voorstel is dus de regio’s op te heffen.
Wij gaan natuurlijk het geschreeuw horen van al diegenen die hun politieke voorrechten, dik salaris en pensioen, gaan verliezen. Maar uitgaande van het feit dat, op termijn, dit land niet kan overleven met twee rivaliserende Regio’s en een derde die als twistappel dient.
De regionale bevoegdheden overhevelen naar de Provincies is waarschijnlijk de beste keuze en zonder twijfel de enige realistische oplossing. Indien het te moeilijk schijnt om de pil in één keer door te slikken kan men zich indenken dat uitsluitend federale politieke partijen mogen kandidaat zijn voor de federale verkiezingen, en regionale partijen voor de regionale verkiezingen. Dit ware ten minsten één stap van elementair gezond verstand. Een partij kan zich slechts voor de federale verkiezingen aanbieden wanneer zij in het ganse land vertegenwoordigd is.
Dit zou als resultaat hebben dat:
1) Alle federale partijen tweetalig zijn
2) Dat zij noodgedwongen slechts een nationale politiek kunnen verdedigen
De oorzaak van de crisis die wij meemaken is te wijten aan het feit dat wij geen enkele staatsman meer hebben met een globale en nationale visie, maar wel een overvloed van dorpspolitici.
Wij beleven vandaag een absurde toestand waar een partij de verkiezingen wint in een regio op basis van een antifederale campagne en zich nu aan het hoofd van het land zal bevinden.
En dat een politicus, zoals de heer LETHERME, die zich steeds sceptisch uitgedrukt heeft over België, nu Eerste Minister gaat worden van de Belgische Staat! Voor hetzelfde geld kan José HAPART ook aanspraak maken op deze functie.
Deze kleine en goedkope hervormingen zouden voor iedereen geschikt zijn: regionale partijen in de Regio’s en federale partijen in de Federale Staat. Iedere verantwoordelijke kan voor zijn eigen keuken zorgen. Geen interferenties, geen menging van bevoegdheden; men kiest zijn carričre op het federale, regionale of gemeentelijke niveau. Dat diegenen die denken, in een federale staat te leven, worden uitgenodigd te kijken hoe het er in Zwitserland aan toe gaat.
Twee zulke hervormingen, zelfs al zijn ze ontoereikend, kunnen België helpen uit het slop te geraken.
België heeft geen nood aan verstandige mensen, ondernemend en met de vaste wil om hun land te dienen. Het ongeluk wil dat het geen politici zijn. Het is een vergissing te geloven dat politieke partijen zich opstellen tegen de eigenlijke kern van de problemen. In werkelijkheid is hun belangrijkste objectief de macht. Het overige is van ondergeschikt belang. De partijen hebben ten overvloede bewezen, welke ook hun ideologie is, altijd een middel te vinden om samen te werken. Het is dus niet het programma dat hoofdzaak is maar alleen de machtspositie kan hen verdelen. Een uitstekend idee, een nuttige hervorming voor het land, ze worden steeds geëvalueerd in functie van de macht die ze extra genereren voor de partij.
De twee voorgestelde hervormingen zijn mijn inziens noodzakelijk om het voortbestaan van België te verzekeren. Zij zullen door u, gewone lezer, op uiteenlopende manieren beoordeeld worden evenals door onze politici waarvan de intellectuele horizon niet verder reikt dan hun verkiezingsscore. Deze laatste zullen ze als “onrealistisch” verwerpen indien zij er geen eigen of partijvoordeel in vinden. Het is dus aan het “reële land” om ze door te voeren.
Christophe Buffin de Chosal
Rapport eveneens gepubliceerd in « Nucleus » November 2007
