De vraag was: De Bijbel heeft teksten die gedeeltelijk vergelijkbaar zijn met Souraten in de Coran die u aanhaalt in uw tekst “Feiten en tegenstrijdigheden” Waarom dat zwijgen? De vraag is terecht en laat ons toe een essentieel conceptueel verschil tussen de Bijbel en de Coran toe te lichten.
De Coran is het woord van God aan Muhammad medegedeeld door tussenkomst van de engel Gabriël. Hij is geschreven in een levende taal. Iedere interpretatie van de teksten is alzo uitgesloten.
De Bijbel, integendeel, is een verzameling van gebeurtenissen en mededelingen geschreven door vier Evangelisten gebaseerd op het onderwijs (de leer) van Jezus. Deze heeft ons geen enkele tekst nagelaten. Zijn leer bestond meestal uit parabolen. De evangelisten spraken zelfs niet dezelfde taal, zij hebben zich gericht, ieder met zijn eigen specificiteit, tot verschillende volkeren in functie van de lokale toestanden. Dit verklaart waarom niet alle Evangelisten noodzakelijkerwijze dezelfde leer verkondigd hebben en ook niet op dezelfde manier. Dit is de reden waarom men het geheel van de nagelaten teksten moet analyseren om de uiteindelijke aanvullende draagwijdte van de leer te kennen. Dit behelst een uitgebreide schrift verklaring. Deze introductie was noodzakelijk alvorens de positie van de vrouw in de Bijbel te verklaren.
In Bijbelse taal betekend “onderdanigheid” niet de onderdanigheid van een ondergeschikte te overstaan van een overste. Het betreft een wederkerige onderdanigheid van alle christenen, dit verondersteld gelijkheid opgebouwd op basis van toehoren, bevattingsvermogen en begrip, beschikbaarheid, vrijwillige en wederkerige dienstverlening; in feite zich, uit liefde, plooien naar de verlangens van de anderen. Er is eveneens gezegd : dat de vrouwen wezen tot hun man zoals de Kerk, (het geheel van de gelovigen) onderdanig is aan Christus en de gelovige weet dat Christus zijn leven opgeofferd heeft voor de Kerk!
Door het sacrament van het huwelijk, komen de echtgenoten in een spiritueel avontuur, een groot mysterie en dit mysterie vereist een totale trouw en sluit ieder overspel uit. Geen enkele van de echtgenote behoort nog tot zichzelf: ieder behoort tot de andere, ziel en lichaam, een volledige gelijkheid: beiden zijn één vlees. Deze volledige gelijkheid sluit een bepaalde orde niet uit. Aldus zal de man aangesteld worden tot hoofd van de familie, zoals ieder instituut of genootschap een opperhoofd heeft. Maar men verwacht van de echtgenoot dat hij, in zijn functie van hoofd, zijn vrouw zal beminnen zoals hij zichzelf bemind.
Wie dit niet begrepen heeft zal steeds verontwaardigd zijn. Hoe kan men beter de ontologische gelijkheid van man en vrouw verklaren zonder te raken aan de biologische en psychologische aspecten die aan man en vrouw de onontbeerlijke complementariteit verzekeren die noodzakelijk is om een harmonieuze opvoeding te verzekeren voor de kinderen alsmede de voortplanting van het menselijk geslacht.
